Spelling

Dyslectische leerlingen hebben vrijwel altijd hardnekkige spellingmoeilijkheden. Als gevolg hiervan maken ze veel spelfouten en hebben ze vaak een hekel aan schrijven. Niemand wordt graag met zijn zwakke punten geconfronteerd. Vaak vermijden ze het schrijven zo veel mogelijk, beperken hun geschreven producten tot een minimumlengte en omzeilen moeilijke woorden. Hun schrijfproducten zien er doorgaans eenvoudig uit. ICT-middelen zijn uitstekend in staat ondersteuning bij spelling te bieden. Het betreft dan zowel de tekstverwerker, als voorleesprogramma’s met spellinghulp.

Spellingcontrole

Hoewel de spellingcontrole van een tekstverwerker of spraakprogramma zijn beperkingen heeft, kan hij bij woorden met een vast woordbeeld (woorden die slechts op één manier gespeld worden) aanzienlijke hulp bieden. Bij alle voorleesprogramma’s kan de leerling de verbetersuggesties laten voorlezen en het goede woord gemakkelijk overnemen. Hoe uitvoerig de spellingcontrole is, kunt u terugvinden onder het kopje ICT-middelen.

Woordvoorspelling

Woordvoorspelling is een functie waarmee verschillende woordopties aangeboden worden. Naarmate er meer letters worden getypt, vallen steeds meer woorden af. Met één muisklik kan het gewenste woord worden toegevoegd aan de tekst. Sommige woordvoorspellers ‘denken’ niet alleen mee tijdens het typen van woorden, maar voorspellen ook het volgende woord. Dit woord kan even gemakkelijk worden overgenomen in de tekst. Sinds enige tijd voorspellen voorleesprogramma’s ook fonetisch gespelde woorden. Bij sommige voorleesprogramma’s kan de woordvoorspeller worden getraind met eerder getypte en gescande documenten of gemarkeerde woorden. Andere programma’s bieden de mogelijkheid om tijdens het schrijven van een document nieuwe woorden toe te voegen. De mogelijkheden van de verschillende programma’s zijn terug te vinden onder het kopje ICT-middelen.

Voorlezen tijdens het typen

Voorlezen tijdens het typen zorgt ervoor dat veel spellingfouten worden gehoord. (bijvoorbeeld struik zonder r = stuik, ballen met een l geschreven = balen). Alle voorleesprogramma’s kunnen ingesteld worden om direct na een woord, zin of alinea voor te lezen. De leerling krijgt dan direct feedback. Dit maakt het controleren gemakkelijker. Basale woordvoorspellers voorspellen alleen op basis van ingetypte letters. De betere woordvoorspellers voorspellen ook op basis van fonetisch geschreven woorden. Nog betere woordvoorspellers helpen bij de spelling van samengestelde woorden (los of vast schrijven) en werkwoorden. De mogelijkheden van de verschillende programma’s staan vermeld onder het kopje ICT-middelen. 

Homofonenfunctie

Homofonen zijn woorden die hetzelfde klinken, maar anders worden gespeld, bijvoorbeeld hart-hard. Dyslectische leerlingen hebben vaak moeite te bepalen welke spelling ze moeten kiezen. Dat is vaak het geval als beide woorden hoogfrequent zijn: de keuze bij ‘zij/zei’ is lastiger dan bij ‘hij/hei’. Vrijwel alle voorleesprogramma’s beschikken over homofonenhulp. Zodra hiertoe een opdracht wordt gegeven, markeert het programma de homofonen in de tekst. De leerling klikt op een gemarkeerd woord Een pop-up-venster toont de twee schrijfwijzen van het woord toont, meestal voorzien van een illustratie en voorbeeldzin. Door te klikken op het bedoelde woord, wordt het fout gespelde woord vervangen. Kijk onder het kopje ICT-middelen om te zien welke programma’s beschikken over homofonenhulp.

Dicteren tegen de computer (spraak-naar-tekst)

Verloopt het schrijven of het typen dermate moeizaam dat een goed schrijfproduct onhaalbaar is of teveel energie kost, kan men overwegen een dicteerprogramma in te zetten. In ons taalgebied bestaat slechts één programma dat gesproken tekst kan omzetten in geschreven tekst: Dragon NaturallySpeaking. Dicteren tegen de computer voorkomt weliswaar spellingfouten, echter geen herkenningsfouten. Het herkennen van menselijke spraak is vrij complex en er treden in het begin regelmatig herkenningsfouten op, die de gebruiker achteraf moet corrigeren. Verzuimt men dit, dan gaat de spraakherkenning achteruit. Naarmate men langer werkt met het programma, gaat het meestal beter functioneren. De laatste tijd breiden steeds meer voorleesprogramma’s hun mogelijkheden uit met een dicteerfunctie. De leerling kan dan lastige woorden en zinnen inspreken, die vervolgens worden opgeschreven. De mogelijkheden van het dicteren zijn beperkter dan bij Dragon, maar wellicht voldoende voor gebruikers die af en toe een lastig woord willen schrijven en waarbij de spellingcontrole onvoldoende hulp biedt.