Begrijpend lezen

Dyslectische leerlingen blijken teksten niet slechter te begrijpen dan niet-dyslectische leerlingen. Woordenschat, algemene ontwikkeling en het vermogen om leesstrategieën in te zetten, zijn factoren die het leesbegrip mede bepalen. Deze hoeven bij dyslectische leerlingen niet minder ontwikkeld te zijn.

Minder leeservaring; verminderde ontwikkelkansen

Kinderen met ernstige lees problemen lezen vaak weinig en lopen daardoor gemakkelijk een achter stand op. De kans op begripsmatige problemen is dan groot. Woordenschatontwikkeling en kennis van de wereld worden mede bepaald door de hoeveelheid leeservaring die een leerling opdoet. Deze achterstand kan echter deels gecompenseerd worden door de woordenschat en algemene ontwikkeling via het luisteren te vergroten. ICT-middelen maken het mogelijk meer leeservaring op te doen en bij te dragen aan verbeterd leesbegrip.

Gebrekkig decoderen; minder verwerkingsruimte

Als een leerling traag decodeert, dan vergt dit veel van het kortetermijngeheugen. Dit geheugen heeft een beperkte capaciteit. Als het kortetermijngeheugen volledig in beslag wordt genomen door technische aspecten van het lezen, resteert er minder aandachtscapaciteit voor het begrip van het gelezene. De gebrekkige technische leesvaardigheid verhindert dan het opnemen van de inhoud. Ter compensatie zal de leerling een tekst meerdere keren moeten lezen. Eerst zal hij decoderen en daarna is er pas ruimte om het begrip te vervolledigen. De noodzaak om teksten vaker te lezen kost tijd en die is er vaak niet. Proefwerken, tekstverklaringen en andere taken waarbij veel gelezen moet worden, zijn afgestemd op de gemiddelde lezer. Een leerling met dyslexie krijgt deze opdrachten niet af binnen de gestelde tijd. En áls hij ze wel af krijgt, dan gaat dat vaak ten koste van de nauwkeurigheid. Hij begint bijvoorbeeld vragen te beantwoorden zonder de tekst (goed) gelezen te hebben, en scoort daardoor slechter. Bij leerlingen/studenten in het middelbaar en hoger onderwijs wordt een nog groter beroep gedaan op het zelfstandig verwerken van teksten. Als leerlingen/studenten al die tijd hun dyslexie hebben weten te compenseren, dan komen nu de leesproblemen aan de oppervlakte.

De rol van technische hulpmiddelen bij begrijpend lezen

In de vorige paragraaf zagen we dat het technisch lezen op verschillende manier kan worden ondersteund. Omdat bij begrijpend lezen denkprocessen een veel grotere rol spelen, en een computer het denken van de leerling niet kan overnemen, zijn de effecten van technische hulpmiddelen geringer. Een leerling met een gebrekkige woordenschat en algemene ontwikkeling, zal ook met hulpmiddelen een zwakke lezer blijven. De meerwaarde van technische hulpmiddelen is er vooral in gelegen de gebrekkige decodering te omzeilen en geheugenruimte vrij te maken voor de denkprocessen, die  bij begrijpend en studerend lezen moeten plaatsvinden. Ook zorgen technische hulpmiddelen ervoor dat de leerling nauwkeuriger leest. Zo wordt voorkomen dat foutieve decodering (bijvoorbeeld ‘verklaring’ wordt ‘verklanking’) leidt tot begripsmatige fouten. Als de technische hulpmiddelen voornamelijk worden ingezet om tot een beter begrip van teksten te komen, dan zijn veel werkvormen die in de vorige paragraaf zijn genoemd ook hier van toepassing. De volgende toepassingen lijken het meest effectief voor begrijpend lezen:

  • Voorlezen van teksten in de Nederlandse taal (normaal tempo);
  • Voorlezen van teksten in een vreemde taal (normaal tempo);
  • Uitsluitend beluisteren van teksten.

Uitdagende teksten binnen handbereik

Doordat het technisch lezen met gebruik van hulpmiddelen geen hindernis vormt om teksten te gaan lezen, komen moeilijkere en interessantere leesmaterialen onder handbereik van de leerling. Denk aan: internetteksten, online boeken/artikels, krantenartikels, tijdschriftartikels, informatieve boeken en omvangrijke leesboeken. Bovendien kan hij zelfstandiger aan het werk en kan hij het lezen langer volhouden. Een leerling zal daarom gemakkelijker naar teksten grijpen. Dit effect wordt waarschijnlijk nog versterkt als de gescande teksten dezelfde opmaak hebben als de originele (gedrukte) teksten. Als een leerling meer leeskilometers maakt, zal hij geconfronteerd worden met nieuwe woorden en kan dit een gunstig effect hebben op de algemene ontwikkeling. De negatieve spiraal (moeizaam lezen  –> weinig leeservaring opdoen –> geringere kennis van woorden en situaties –> nog minder zin in lezen –> nog moeizamer lezen et cetera) kan daardoor worden doorbroken.

Studiehulpen

De meeste voorleesprogramma’s beschikken over opties die de leerling en de docent/leraar behulpzaam zijn bij het studeren. Het aantal opties verschilt per programma; dit is terug te vinden in de vergelijking van de programma’s op deze website (Vergelijking PC-voorleessoftware, Vergelijking web-based voorleessoftware):

Vertaalwoordenboeken

De ReadingPen heeft twee vertaalwoordenboeken ingebouwd, waardoor het mogelijk is gescande woorden te vertalen naar Nederlands en Engels. Bij de voorleessoftware beschikt alleen Kurzweil 3000 over vertaalwoordenboeken voor alle vreemde talen die in het middelbaar onderwijs aan bod komen. Bij Sprint Plus kunnen deze apart worden aangeschaft. Het is uiteraard mogelijk om digitale vertaalwoordenboeken te gebruiken van andere aanbieders (bijvoorbeeld Van Dale, Prisma, Babylon). Deze werken vaak goed samen met programma’s als Word en Internet Explorer, hetgeen het snel opzoeken vergemakkelijkt.

Verklarende woordenboeken

Zowel de ReadingPen als de voorleesprogramma’s beschikken over ingebouwde woordenboeken die moeilijke woorden kunnen verklaren. De kwaliteit van de woordenboeken wisselt. Soms is het aantal woorden beperkt, regelmatig is er een overdaad aan informatie. Het taalgebruik hindert soms een goede begripsvorming. Het is ook hier mogelijk om aparte digitale woordenboeken te installeren. Daarbij gelden vaak dezelfde bezwaren als bij de geïntegreerde woordenboeken. Er zijn echter digitale woordenboeken die op jongere gebruikers zijn gericht (bijvoorbeeld Van Dale Pocketwoordenboek en Studiewoordenboek Nederlands, Prisma woordenboek Nederlands).

Markeerstiften

Vrijwel iedereen kent de reguliere markeerstiften, die gebruikt worden om belangrijke passages in een tekst te accentueren. In tekstverwerkers bestaat deze functie ook. Diverse voorleesprogramma’s gaan nog een stapje verder. Men kan de tekst met verschillende kleuren markeren en deze vervolgens uit de tekst lichten. Door aan verschillende kleuren een andere prioriteit toe te kennen (bijvoorbeeld geel is samenvatting, groen is een voorbeeld) en deze anders te laten inspringen, kan een samenvatting er heel gestructureerd uitzien. Een noot: het programma markeert niet zelf, dat doet de leerling. Een leerling die niet weet wat hij moet markeren, zal slechte samenvattingen maken. De markeerfunctie biedt docenten/leraren/ouders een goede gelegenheid teksten voor te structureren (de markeringen kunnen immers opgeslagen worden), zodat leerlingen snel een samenvattend overzicht krijgen aangeboden.

Samenvatfunctie

Kurzweil 3000 gaat nog een stapje verder dan ‘samenvatten met markeerstiften’. Dit programma kan zeer lange teksten samenvatten door de eerste en laatste zinnen van een alinea, of door hoofd- en tussenkopjes onder elkaar te plaatsen. Dit levert weliswaar een kortere tekst op, maar of de gegenereerde samenvatting de oorspronkelijke tekst goed dekt, dient nauwkeurig te worden bekeken. Immers, in veel teksten zijn kopjes niet de beste samenvatting, maar zijn het eerder middelen om de lezer uit te dagen. Hoewel in veel teksten de belangrijkste informatie in de eerste en laatste zin van een alinea staat, is dat lang niet bij alle teksten het geval. Besluit men echter deze samenvatfunctie te gebruiken, dan vergt dit veel van de denkvaardigheid en het redeneervermogen van de gebruiker.

Gesproken en geschreven toelichtingen

Bij vrijwel alle tekstverwerkers kunnen voetnoten, tekstballonnen (via de redigeerfunctie) en gemarkeerde teksten worden toegevoegd, die leerlingen kunnen ondersteunen bij het begrijpen van teksten. Dit vergt uiteraard een grondige bewerking van de tekst door de docent. Men kan een tekst voorzien van allerlei ‘geeltjes’ en zelfs van gesproken opmerkingen. Deze geeltjes kunnen altijd worden voorgelezen. Ze bieden een docent/leraar/ouder een uitstekende mogelijkheid om toelichting te geven op en ondersteunende vragen te stellen over de onderliggende tekst. De leerling kan deze hulpmiddelen inzetten om een tekst van commentaar te voorzien en eventueel om vragen te stellen, die de docent vervolgens gebruikt bij het reageren op de leerling. Uiteraard vergt dit van docenten (eventueel ouders) dat ze het programma goed kennen en de mogelijkheid en bereidheid hebben deze opties te gebruiken.

Werkboeken invullen

Als een tekstdocument eenmaal herkend is met behulp van een extern of ingebouwd OCR-programma, kan er met een tekstverwerker in gewerkt worden. Dit is het geval bij de meeste voorleesprogramma’s. Alle voorleesprogramma’s zijn in staat om de gedrukte tekst volledig intact te laten. De mogelijkheid bestaat tekst toe te voegen in het werkboek. Alleen Kurzweil is in staat om zowel de vragen als de antwoorden achter elkaar voor te lezen.