Een gouden standaard 3 – een ander perspectief

In de vorige berichten (Gouden standaard 1 en 2) hebben we onze aandacht vooral gericht op de mogelijkheden van de programma’s vanuit het perspectief van de  primaire gebruikers, de personen met dyslexie. We hebben eerst de functies van de  beschikbare voorleesprogramma’s bekeken (gouden standaard 1), daarna kenmerken van deze programma’s buiten de lees/schrijf/studieondersteuning, zoals gebruiksgemak, gebruiksondersteuning en kosten (gouden standaard 2). In onze derde bijdrage willen we vooral aandacht besteden aan de mate waarin secundaire gebruikers (bv. leerkrachten) in staat zijn om het programma aan te passen. Deze functies zien we het uitvoerigst terug bij de duurdere programma’s, zoals Kurzweil 3000 en Sprint Plus.

Aanpassen van de uitspraak van woorden

Het komt regelmatig voor dat voorleessoftware woorden verkeerd uitspreekt. Dat is bijvoorbeeld het geval als minder frequente Engelse woorden in een Nederlandse tekst worden gebruikt, of als de klemtoon niet direct uit de opbouw van het woord kan worden afgeleid. Kinderen met dyslexie vinden het meestal niet zo erg als enkele woorden verkeerd worden uitgesproken: ‘een computer is geen mens en hij maakt daarom af en toe een fout’. Wanneer die fout vaak voorkomt in een tekst, of wanneer veel woorden fout worden uitgesproken, is dat wel hinderlijk. Dat is bijvoorbeeld het geval bij teksten in studieboeken voor biologie. Als een school besluit een proefwerk via Kurzweil aan te bieden is het eveneens van belang dat de aandacht gericht is op het proefwerk en niet op een verkeerde uitspraak van woorden, met als mogelijk gevolg dat een vraag niet goed begrepen wordt. Het programma moet in staat zijn om de uitspraak van individuele woorden aan te passen. Bij vrijwel alle programma’s is dat tegenwoordig het geval. Het moet verder in staat zijn om het aangepaste woord in de rest van de tekst en in nieuwe teksten goed uit te spreken.

Aanpassen van de leesvolgorde

Veel schoolboeken hebben een opmaak die bestaat uit twee of meer kolommen. Als de afstand tussen de kolommen gering is, bestaat de kans dat het voorleesprogramma heen en weer springt tussen de kolommen. Het programma leest bijvoorbeeld regel 1 van kolom 1, vervolgens regel 1 van kolom 2, dan regel 2 van kolom 1 en tenslotte regel 2 van kolom 2.  Dat dit zeer hinderlijk is, lijdt geen twijfel. Duurdere programma’s beschikken over de mogelijkheid om de leesvolgorde vast te leggen. Hierdoor wordt bijvoorbeeld eerst kolom 1 gelezen en pas daarna kolom 2. Het is verder handig als de hoofdtekst eerst wordt gelezen en pas daarna de tekst in kaders. Ook hier kan het aanpassen van de leesvolgorde een rol spelen.

Schakelen tussen talen

In lesboeken voor de vreemde talen worden altijd Nederlands en de te leren taal door elkaar gebruikt. Meestal kiest de gebruiker van een voorleesprogramma de taal die geleerd wordt: Nederlandse teksten worden met een Engels, Frans of Duits accent uitgesproken, waardoor deze vaak niet meer te begrijpen zijn. Momenteel zijn twee programma’s in staat om automatisch te schakelen tussen talen: Kurzweil 3000 en Alinea. In andere programma’s, zoals Sprint Plus, kan de gebruiker aangeven welke tekstdelen in taal a en welke delen in taal b uitgesproken moeten worden. Dit is bewerkelijk. Docenten die een tweetalig proefwerk daadwerkelijk tweetalig willen laten voorlezen, kunnen het door hen aangepaste proefwerk opslaan, zodat het in het vervolg correct wordt voorgelezen.

Overslaan van onnodige teksten

Het voorlezen van kop- of voetregels en pagina-nummers is overbodig. Dit leidt af van de te lezen teksten. Programma’s zoals, Kurzweil en Sprint beschikken over de mogelijkheid om deze teksten over te slaan. Het voorlezen van van teksten die onder illustraties staan, is vooral van belang als de illustratie zelf wordt bekeken. Het leidt af als de tekst wordt voorgelezen terwijl de hoofdtekst wordt voorgelezen. Duurdere software is in staat om deze tekst over te slaan, maar ook om de tekst alleen voor te lezen als erop geklikt wordt (Kurzweil 3000, Sprint).

Vergrendelen van internet, andere bestanden en woordenboeken

Als voorleesprogramma’s ingezet worden bij toetsen, tentamens of examens, moet uiteraard alleen getoetst worden wat de leerling zelf weet. Het opzoeken van het antwoord op internet, of in een woordenboek kan een ‘eerlijk’ antwoord in de weg staan. Bij Kurzweil 3000 en Sprint is het mogelijk de woordenboeken te blokkeren. Kurzweil 3000 zal het gebruik van internet niet blokkeren, maar de docent kan wel een logboek inzien, zodat hij vrij snel zicht heeft op het gebruik van andere bestanden en internet. Als de leerling/student dit voorafgaand aan een toets weet, is hij gewaarschuwd hier geen gebruik van te maken. Het handigst is uiteraard om de leerling te laten werken op computers van school, die relatief ‘kaal’ zijn.

Een gouden standaard 2 – randvoorwaarden

In één van de vorige berichten beschreef ik aan welke ‘eisen’ een ideaal voorleesprogramma zou moeten voldoen ongeacht de beschikbare programma’s. In dit bericht wil ik dieper ingaan op de zaken rondom de functionaliteit van deze programma’s. Deze bepalen vaak in even sterke mate, vaak zelfs sterker (!), welk programma de gebruiker uiteindelijk kiest. Het advies is: lees deze randvoorwaarden en bepaal zelf hoe belangrijk ze zijn op de eigen onderwijsinstelling of in de individuele situatie.

Kosten van het programma moeten beheersbaar zijn

Deze zijn voor veel mensen doorslaggevend! De kosten hangen vaak samen met de mogelijkheden van de voorleesprogramma’s: hoe uitvoeriger de mogelijkheden, hoe hoger de kosten. Echter: het is niet altijd nodig om over alle mogelijkheden van een programma  te beschikken. De leeftijd van de doelgroep (kinderen, adolescenten, volwassenen) en de eisen die aan lezen en schrijven gesteld worden (vergelijk een basisschool- met een vwo-leerling, of een middelbare scholier met een volwassene die in zijn werk weinig moet lezen) en de kenmerken van de lees/spellingproblemen (bv. lichte/ernstige leesproblemen, lichte/ernstige spellingproblemen) zijn belangrijke criteria die vóór aanschaf bekeken moeten worden. Voor scholen is het belangrijk na te gaan hoeveel leerlingen dyslexie hebben en wat de kosten per leerling bedragen als men overgaat tot aanschaf van een groepslicentie: hoe meer leerlingen/studenten gebruik maken van het programma, hoe betaalbaarder een programma immers wordt. Al deze overwegingen kunnen leiden tot besluiten in twee richtingen: aanschaffen van een duurder of juist goedkoper programma. Hieronder vier voorbeelden:

Situatie Overweging
Basisschoolleerling die flinke spellingproblemen heeft. Technisch lezen is wel trager, maar met extra tijd verloopt begrijpend lezen goed. In dit geval is een programma dat goede en toegankelijke ondersteuning biedt bij spelling belangrijk. Momenteel biedt Sprint(Plus) de beste mogelijkheden.
Als de dyslecticus gemakkelijker leesboeken wil lezen, zijn daisyboeken een prima optie: deze klinken natuurlijk. Is het spellingprobleem zeer groot, dan moet bekeken worden of op termijn Dragon NaturallySpeaking ingezet kan worden: bij jonge kinderen is spraakherkenning nog te lastig. Bovendien is het formuleren van goede zinnen lastig.
HBO-student, die veel en lange teksten moet lezen in Nederlands en Engels. Hij moet o.a. reflectie- en stageverslagen schrijven. HBO-studenten zullen vaak teksten moeten lezen die niet gescand zijn. Een ingebouwde scanfunctie is handig. Veel studenten moeten meerdere talen lezen. Studiehulpen in de vorm van vertaalwoordenboeken en samenvatfunctie zijn belangrijk. Aan het schrijven van teksten worden hoge eisen gesteld. Aanpassing van woordenlijst voor eigen vak moet mogelijk zijn. In dit geval biedt Kurzweil 3000 uitstekende ondersteuning.
Volwassene die in horeca werkt. Ze wil graag boeken lezen en deelnemen aan social media, zoals facebook. Als iemand graag leesboeken leest, is het van belang dat mensenstemmen de tekst voorlezen. Hier biedt daisy uitstekende mogelijkheden. Omdat social media in een telefoon-/tablet- of computeromgeving draaien, is de spellingondersteuning van online voorleesprogramma’s handig. Denk aan TextAid of IntoWords. Deze programma’s zijn overigens ook in staat om gescande teksten voor te lezen in de eigen taal.
Een schoolbestuur besluit één programma aan te schaffen voor alle scholen binnen het bestuur. Het heeft 150 licenties nodig. Schoolbesturen besluiten -gelukkig- steeds vaker dat zij verantwoordelijk zijn voor het (kosteloos) aanbieden van ICT-middelen voor leerlingen/studenten met een lees/schrijfbeperking. Ze hebben hiervoor een bepaald budget. Afgaan op de prijs is soms noodzakelijk en verleidelijk, maar niet altijd verstandig. Wat is de zin van een hulpmiddel als de gebruikers afhaken omdat het niet de ondersteuning biedt die ze nodig hebben?

Gebruiksgemak van het programma moet groot zijn

De beschikbare voorleesprogramma’s bieden grofweg gezien allemaal ondersteuning bij lezen en schrijven. Wat betreft de ondersteuning bij het studeren (woordenboeken, mindmapmogelijkheden, samenvatten, schrijfformats) zijn er grote verschillen. Ook de manier waarop het programma zich presenteert aan de gebruiker verschilt. Kurzweil 3000 en Sprint(Plus) hebben bijvoorbeeld een eigen ‘schil’ waarin teksten worden voorgelezen en geschreven. ClaroRead en L2S beschikken over een zwevend venster dat bovenop bestaande programma’s, zoals Word en Powerpoint, wordt gebruikt. Waar de programma’s onderling in verschillen is ook de manier waarop de mogelijkheden aan de gebruiker worden gepresenteerd. Het ene programma biedt zeer veel knoppen aan; het andere programma biedt alleen de belangrijkste knoppen aan, en weer een ander programma heeft de mogelijkheid zelf te bepalen welke bedieningsknoppen wel en niet in beeld zijn. Het is begrijpelijk dat een uitvoerig programma als Kurzweil 3000 veel knoppen en instellingsmogelijkheden heeft en een eenvoudiger programma als L2S minder knoppen heeft. Het gebruiksgemak hangt niet alleen af van de mogelijkheden van het programma en de manier waarop de mogelijkheden gepresenteerd worden (wel of niet verborgen in een submenu), maar ook van de gebruiker zelf. Een eenduidig advies geven is lastig. Het uitproberen van demoversies is daarom zinvol! We geven weer enkele voorbeelden die met gebruiksgemak samenhangen:

Situatie Overweging
Jonge leerling met adhd, die snel afgeleid is door een scherm met veel instelmogelijkheden. Deze leerling ziet allerlei knoppen die kunnen leiden tot afleiding van de taak waarmee hij bezig moet zijn. Het is handig als alleen de belangrijkste knoppen zichtbaar zijn. Bij bv. Sprint(Plus), maar ook bij L2S en ClaroRead is het aantal zichtbare knoppen beperkt. Verdere instellingen zitten in sub-menu’s. Bij Kurzweil 3000 kunnen de knoppenbalken aangepast en ongebruikte knoppenbalken zelfs onzichtbaar gemaakt worden.
Volwassene die goed met computers kan omgaan en behoefte heeft aan veel ondersteuning bij lezen en schrijven. Deze persoon wil teksten kunnen scannen, gemakkelijk woordbetekenissen opzoeken, meerdere talen laten voorlezen, woorden vertalen etc. In dit geval kan het programma Kurzweil 3000 goede ondersteuning bieden. Dat wil niet zeggen dat de andere programma’s niet bruikbaar zijn! Juist het feit dat de gebruiker het voorleesprogramma gebruikt in een Office-omgeving, is een pro om ClaroRead en L2S te gebruiken.
Speciale basisschool waar veel kinderen met speciale onderwijsbehoeften verblijven. Als op deze school veel eisen gesteld worden aan zelfstandig lezen en schrijven, dan is het verstandig een programma te kiezen dat overzichtelijk is en goede ondersteuning biedt bij ernstige lees/spellingproblemen. Momenteel is Sprint(Plus) in mijn ogen het meest geschikte programma vanwege het gebruiksgemak, maar ook de kindvriendelijke en uitvoerige ondersteuning (zeer goede homofonenfunctie, voorspelfunctie en spellingcontrole) bij het schrijven van teksten. Andere programma’s bieden op dit vlak minder mogelijkheden.

De installatie moet gemakkelijk zijn en de helpdesk toegankelijk en adequaat

Op dit moment zijn er -voor zover bekend- geen programma’s die niet goed geïnstalleerd worden. Het is belangrijk bij de leverancier na te gaan in hoeverre de hardware past bij de configuratie van de computer: spraaksoftware werkt namelijk beter op computers met voldoende geheugen en rekencapaciteit. In zijn algemeenheid lukt het installeren van Kurzweil 3000, Sprint, ClaroRead en L2S goed. Voor het installeren van netwerkversies is extra kennis nodig, waar niet iedereen over beschikt. De apps Daisylezer en LEX installeren gemakkelijk. Het aan de gang krijgen van TextAid en IntoWords is iets omslachtiger, maar als ze eenmaal werken, zijn er geen problemen. Als er problemen met de installatie bestaan, worden deze vrij goed opgelost door de leveranciers. Op dit vlak bieden Lexima (Kurzweil 3000 en Sprint(Plus) en Woordhelder (ClaroRead en TextAid) momenteel de beste ondersteuning, omdat de helpdesk niet alleen verstand heeft van het programma zelf, maar ook van technische zaken (die een goede werking in de weg kunnen staan).

Ondersteuning van de gebruikers (óók onderwijsinstellingen) moet volledig en duidelijk zijn

Met alleen het aanschaffen van een softwarepakket wordt de gebruiker onvoldoende geholpen. Vrijwel steeds bestaat ondersteuning in de vorm van een korte en uitgebreide handleiding. De kwaliteit van de handleiding kan het best worden beoordeeld door deze op te vragen bij de leverancier van het programma. Men kan dan zelf bepalen of deze voldoende helder en uitgebreid is. Alle programma’s beschikken over een ingebouwde helpfunctie. Het zoeken naar de juiste hulp moet gemakkelijk zijn door bijvoorbeeld trefwoorden in te voeren. Kurzweil biedt binnen het programma ondersteuning door middel van demonstratiefilmpjes. Dat voorbeeld zou door méér aanbieders gevolgd moeten worden. Alle leveranciers bieden de mogelijkheid een cursus te volgen, die -bij voldoende gebruikers- op locatie kan plaatsvinden. Zowel Lexima, Woordhelder als Visiria (L2S) bieden deze cursussen aan.

Onderwijsinstellingen zitten nog steeds met de vraag hoe ze technische hulpmiddelen goed implementeren. Het komt helaas nog te vaak voor dat scholen enthousiast beginnen met de aanschaf van hulpmiddelen, en na een tijdje afhaken. De leerlingen krijgen weinig ondersteuning en de lesmaterialen worden niet goed beschikbaar gesteld. Het gevolg is dat ICT-middelen een kwijnend bestaan leiden. Omdat de leveranciers van ICT-middelen baat hebben een goede implementatie, bieden ze vaak extra training en begeleiding aan. Op dat vlak biedt Lexima de meeste mogelijkheden.

Tenslotte

Mist u belangrijke criteria náást de gebruiksmogelijkheden (zie Gouden standaard 1) en hierboven beschreven randvoorwaarden, neem dan gerust contact op, zodat we beter kunnen bepalen welke hulpmiddelen in individuele gevallen de voorkeur verdienen.

Abonneren op deze website

Aan deze website wordt voortdurend gesleuteld om hem zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de wensen van de gebruikers. Reageer gerust als je iets mist, of als zaken ‘anders’ of ‘beter’ kunnen. Vanaf vandaag is het mogelijk om jezelf te abonneren op deze website. Zodra er een nieuw bericht verschijnt, word je via het opgegeven mailadres ingelicht over de wijzigingen.

Een gouden standaard 1 – wat kán het voorleesprogramma?

Momenteel bestaan zes voorleesprogramma’s die alle hun eigen voor- en nadelen hebben. Hoe mooi zou het zijn als er een voorleesprogramma bestond dat het beste van deze programma’s verenigt? In onderstaande tekst geven we aan waaraan een optimaal voorleesprogramma voldoet met betrekking tot de voornaamste drie functies:

1. Voorlezen

Een optimaal voorleesprogramma kan digitale teksten voorlezen met goed klinkende stemmen. Het maakt niet uit in welk programma deze teksten geopend zijn (bv. Word, Outlook, Chrome, Adobe Reader), voorlezen is altijd mogelijk. Bij het voorlezen van internetpagina’s wordt uitsluitend de tekst gelezen die de lezer selecteert. Liefst zijn er meerdere stemmen voor de eigen taal, zodat de gebruiker kan kiezen welke stem het best bevalt. Er zijn verder stemmen aanwezig voor minimaal de drie belangrijkste vreemde talen: Engels, Frans en Duits. Gezien de opkomst van Spaans, is ondersteuning daarvan een pluspunt. Het leestempo van de stemmen is traploos instelbaar, zodat het past bij het leestempo of de tekstverwerkingssnelheid van de gebruiker. Liefst zijn pauzes tussen de woorden en zinnen aan te brengen, zodat het voorlezen langzamer kan, zonder de uitspraak van woorden aan te tasten. Tijdens het voorlezen wordt de gelezen tekst met twee kleuren gemarkeerd: de voorgelezen zin en het voorgelezen woord (we noemen dit een dubbele meeleescursor). Het zorgt ervoor dat de gebruiker goed weet waar hij is gebleven. De mogelijkheid bestaat om het lezen te stoppen na losse woorden, zinnen of alinea’s. Bij het voorlezen bestaat de mogelijkheid automatisch in te zoomen op de pagina, zodat de tekst goed mee te lezen is. De pagina scrolt automatisch naar beneden als dat nodig is. Zodra het einde van de pagina wordt bereikt, komt de nieuwe pagina automatisch in beeld en gaat het voorlezen verder. Als een werkboek is ingevuld in het voorleesprogramma, kan de originele en ingevulde tekst aansluitend gelezen worden. Worden meerdere talen in een document gebruikt, dan schakelt het programma zonder grote problemen naar de andere taal. Het programma kan digitale schoolboeken van Dedicon voorlezen. Het beschikt over de mogelijkheid om pagina’s te scannen in kleur. De kwaliteit van de OCR (tekstherkenning) is hoog. Het programma is in staat om foto-pdf’s om te zetten in voorleesbare tekst-pdf’s. Tenslotte: de mogelijkheid bestaat om gedrukte teksten om te zetten in audiobestanden, zodat ze beluisterd kunnen worden op een mp-3-speler.

2. Schrijven

Een optimaal voorleesprogramma werkt volledig geïntegreerd in de tekstverwerker die de gebruiker hanteert. Alle opmaakmogelijkheden zijn beschikbaar in het vertrouwde programma. Het voorleesprogramma maakt gebruik van de volgende spellingondersteuners:

  • De spellingcontrole is uitvoerig (heeft een groot corpus woorden) en beschikt over een eigen database met woorden die dyslectici regelmatig fout schrijven. De standaard spellingcontrole voldoet namelijk niet als geschreven woorden te sterk afwijken van de juist spelling. De voorgestelde alternatieven moeten voorgelezen kunnen worden. De mogelijkheid moet bestaan nieuwe woorden en woordenlijsten toe te voegen aan de spellingcontrole, zoals vaktermen en namen. Het moet uiteraard mogelijk zijn onterecht toegevoegde woorden te verwijderen uit de spellingcontrolelijst.
  • Het voorleesprogramma beschikt over woordvoorspelling, die niet alleen woorden voorspelt op basis van ingetypte letters, maar ook op basis van hetgeen de gebruiker misschien had willen schrijven. Het is handig als beide soorten voorspellingen in twee rijtjes worden aangeboden: dit is overzichtelijker dan het tonen in één rijtje. Bij het tonen van voorspelde woorden wordt aanvullende informatie gegeven over: (a) homofonen, (b) andere vervoegingen van het werkwoord en (c) het aaneenschrijven van woorden.
  • Het programma kan homofonen (dit zijn woorden met één uitspraak, maar twee schrijfwijzen en betekenissen: bv. hij/hei, wij/wei) tijdens of na het typen aanduiden. Door een homofoon te markeren kan de gebruiker zien welke alternatieve spelling en betekenis bestaat. De betekenissen van de homofonen worden verder verduidelijkt met tekeningen en voorbeeldzinnen. Het corrigeren van een homofoon moet gemakkelijk verlopen. De gebruiker moet zelf kunnen bepalen welke homofonen aan hem getoond worden, zodat hij niet afgeleid wordt door homofonen, die hij altijd correct schrijft.
  • Het programma kan tenslotte de eigen teksten voorlezen tijdens en na het typen. De gebruiker kan zelf bepalen welke eenheden (klanken, woorden, zinnen, alinea’s) voorgelezen worden tijdens het typen. Het voorleestempo kan worden aangepast. Er kunnen pauzes worden ingelast tussen woorden en zinnen, zodat het controleren van eigen werk wordt vergemakkelijkt.

Bij het invullen van een werkboek moeten lettertype en lettergrootte te wijzigen zijn, zodat de tekst ‘past’ in het werkboek. Alternatieve invulmogelijkheden moeten aanwezig zijn, zoals markeerstiften, strepen, rechthoeken en cirkels. Hierdoor kunnen multiple-choice-vragen gemakkelijker worden beantwoord. Het aaneengesloten lezen van de vragen/opdrachten en ingevulde antwoorden is mogelijk, evenals de mogelijkheid om snel lege plekken in het werkboek in te vullen (met een zgn. invulcursor). Uiteraard moeten de antwoorden snel geprint kunnen worden. Als de leerling een gedeeltelijk ingevuld werkboek verlaat moet het automatisch worden opgeslagen, zodat geen informatie verloren gaat.

3. Studeren

Studeren is een vooral iets wat je met je hoofd doet, en niet met een computer. Wel kan voorleessoftware het studeren een stuk gemakkelijker maken. Deze opties zijn bijzonder ondersteunend:

  • Een goed voorleesprogramma heeft meerdere verklarende woordenboeken in huis, bijvoorbeeld basiswoordenboek met eenvoudige uitleg en een uitvoerig woordenboek met uitleg die afgestemd is op mensen met een grotere woordenschat.
  • Er is een synoniemenwoordenboek aanwezig, waardoor de gebruiker tijdens het schrijven van teksten kan variëren in zijn woordkeus.
  • Het programma beschikt over vertaalwoordenboeken voor de talen die het programma ondersteunt (Engels, Frans, Duits, Spaans..). Een aanvullende optie is een vertaalmodule, die ook in staat is om zinnen en teksten te vertalen. Momenteel wordt Google Translate hiervoor ingezet; de kwaliteit van de vertalingen is nog beperkt, maar deze zal in de komende jaren zeker verbeteren.
  • Het programma kan teksten markeren met zgn. markeerstiften. De gemarkeerde teksten kunnen uit de tekst gelicht worden, waardoor -als de juiste zinnen zijn geselecteerd- een samenvatting ontstaat.
  • Het programma is in staat om gemakkelijk een mindmap te maken. Deze mindmap is achteraf gemakkelijk aan te passen. Vanuit de mindmap kan de gebruiker direct beginnen met het schrijven van teksten: de teksten zijn dus gekoppeld aan de labels van de mindmap. Het switchen tussen de mindmap en de geschreven teksten moet snel en overzichtelijk verlopen.

Voorleesprogramma’s met vertaalwoordenboeken

Niets is lastiger dan een Engelse, Franse of Duitse tekst te moeten lezen, waarin onbekende woorden staan. Dyslectische leerlingen hebben in het algemeen veel moeite met het automatiseren van woordjes. Nieuwe woorden kunnen vaak wel korte tijd vastgehouden worden, maar de spelling en vertaling zakken snel weg. Hoe langer iemand in het voortgezet onderwijs zit, hoe meer woorden gekend moeten zijn. In de bovenbouw van het VO en in het beroepsonderwijs gaan docenten/methodes uit van een vrij grote woordenschat. Voor iemand met dyslexie vallen al heel gauw veel gaten in een tekst. Hoe meer gaten er vallen, hoe minder de context helpt om de vertaling af te leiden. Het is natuurlijk mogelijk onbekende woorden op te zoeken in een woordenboek, maar dit kost dyslectische leerlingen veel tijd: ze moeten veel meer opzoeken, bovendien verloopt het opzoeken trager, omdat de woorden op een pagina erg veel op elkaar lijken. Een bijkomend gevolg is dat het begrip van de hele tekst in gevaar komt (door het trage, onderbroken lezen). Vanwege deze problemen is het van belang dat woorden snel opgezocht kunnen worden. In Kurzweil 3000 zijn woordenboeken voor alle talen opgenomen. Sprint Plus Van Dale beschikt over woordenboeken in de talen Frans, Duits en Engels. Beschikt het programma niet over woordenboeken, dan kan een apart digitaal woordenboek worden aangeschaft. Prisma en Van Dale verkopen digitale woordenboeken, die niet eens zo duur zijn. Natuurlijk zijn er gratis woordenboeken; ook daarmee kun je een heel eind komen. Bij gratis woordenboeken moet je een apart venster openen om het woord op te zoeken; bij de betaalde woordenboeken hoef je de tekst op het scherm niet te verlaten. Dat is net iets handiger.

Stichting Toegankelijke Informatie

In Nederland worden studieboeken voor basis- en voortgezet onderwijs gereed gemaakt voor gebruik voor alle professionele voorleesprogramma’s. Dedicon heeft inmiddels een zeer grote collectie schoolboeken. Dedicon werkt samen met schoolboekenuitgevers, waardoor de kwaliteit van de gescande boeken hoog is. Boeken die nieuw zijn of relatief weinig gebruikt worden, zijn (nog) niet gescand. Bovendien zijn boeken voor onderwijstypen ná de middelbare school niet beschikbaar: de diversiteit aan studieboeken is dermate groot en de vraag dermate klein, dat het niet loont deze boeken om te zetten in leesbare bestanden.

Sommige scholen lopen aan tegen het feit dat de huur van elk boek en elke leerling betaald moet worden. De kosten keren jaarlijks terug. Ze vinden dat hierdoor een te groot beroep op hun budget gedaan wordt. Diverse scholen hebben schoolboeken zelf gescand. Er staan dan nog fouten in; deze boeken moeten bewerkt worden om voorleesfouten te verminderen. Het bewerken van zelf gescande boeken kost veel energie. De Stichting Toegankelijke Informatie heeft zich tot doel gesteld een platform te creëren dat een aantal van de bezwaren van Dedicon en ‘zelfscanners’ uit de wereld helpt: men wil voor lage kosten een hoge kwaliteit leveren.

Scholen/individuele gebruikers kunnen een boek aanleveren om gescand te worden voor Kurzweil of Sprint (níet voor andere programma’s). De productiekosten voor boeken die nog niet in de collectie zitten, bedragen tussen de €250,- en €500,- per boek.  De kosten hangen o.a. af van de omvang, maar ook van de hoeveelheid bewerkingen (bv. bepalen leesvolgorde, toevoegen van taaltags [d.i. het schakelen tussen talen]) die nodig zijn om het boek goed te laten voorlezen. De mogelijkheid bestaat dat scholen collectief inschrijven, waardoor de kosten gedrukt worden.

Boeken die in de collectie van de Stichting zitten, kunnen voor €25,- (PO) of €55,- (VO, MBO, HBO, Universiteit) per school besteld worden. De gebruiksduur is onbeperkt. Het aantal leerlingen dat ervan gebruik mag maken is eveneens onbeperkt. Het is mogelijk dat besturen en samenwerkingsverbanden boeken kopen. Dan liggen de bedragen hoger: €350,- (PO) en €550,- (VO, MBO, HBO, Universiteit). Hier geldt eveneens dat de gebruiksduur onbeperkt is, evenals het aantal leerlingen/studenten dat ervan gebruik mag maken.

Momenteel is het nog niet mogelijk een oordeel te geven over de kwaliteit van de gescande boeken. Als deze dezelfde kwaliteit hebben als die van Dedicon, dan kan het een mooie aanvulling zijn op het aanbod van Dedicon, dat zich alleen richt op basis- en voortgezet onderwijs, en weinig voorkomende boeken niet scant. Ten opzichte van zelf gescande boeken zijn bewerkingen op de bestanden losgelaten, waardoor ze beter leesbaar zijn door betreffende voorleesprogramma’s. De beperking is momenteel dat alleen boeken voor Kurzweil en Sprint leverbaar zijn.

Robotekst – zelf gesproken teksten maken

Robotekst is een programma op internet, waarmee vrijwel elke digitale tekst (Word, PDF, EPUB) omgezet kan worden in gesproken tekst. De dienst is gratis. De gebruiker moet de tekst uploaden naar de website. Vervolgens geeft hij aan in welk formaat de tekst omgezet moet worden (bv. mp3, daisy-formaat). Doordat hij het emailadres opgeeft, krijgt de gebruiker na een korte tijd een mailtje met een link, waar de omgezette tekst te downloaden is. Niet alleen Nederlandse, maar ook Engelse, Franse en Duitse teksten kunnen op die manier worden omgezet. Het spreektempo kan naar eigen voorkeur worden ingesteld. De digitale stemmen zijn niet geweldig goed; ze klinken vrij eentonig. Ze zijn in mijn ogen niet zo geschikt dus om een verhalende tekst te beluisteren. Ze zijn eerder geschikt om korte, zakelijke teksten om te zetten. Dyslectici kunnen daar net wat anders tegenaan kijken:

Yoleo

Yoleo is een service van Dedicon. Zowel scholen, behandelpraktijken als particulieren kunnen zich aanmelden om zgn. hybride jeugdboeken (8-12 jaar) te lenen. Hybride boeken zijn boeken waarbij de ‘gedrukte’ en gesproken tekst op de computer of tablet (vooralsnog alleen Ipad) aangeboden wordt. Deze dienst is overigens niet gratis. Men betaalt € 5,99 voor het kopen van een pakket boeken. Het mooie van Yoleo is dat de tekst hetzelfde uitziet als in het gedrukte boek: illustraties, regelafstand, regellengte en lettertype zijn precies zoals in het gedrukte boek. De boeken worden voorgelezen door prettig klinkende mensenstemmen. Om goed te kunnen volgen wat de stem voorleest, worden de voorgelezen woorden gemarkeerd met een achtergrondkleur. De leessnelheid kan worden aangepast aan het tempo van de lezer. Bladeren in het boek is vergelijkbaar als in een gedrukt boek. Gelezen boeken komen op de boekenplank te staan, zodat de lezer aan anderen kan laten zien wat hij of zij gelezen heeft. De lezer kan beloningen verdienen als een boek uitgelezen is. Hiermee kan hij zijn eigen Yoleo-kamer inrichten.

Superboek en Passend lezen

In Nederland bestaan inmiddels ontzettend veel luisterboeken, die speciaal voor mensen met een visuele of leesbeperking zijn gemaakt. Om het zoeken voor kinderen en jongeren gemakkelijker te maken heeft bibliotheekservice Passend Lezen een aparte website gemaakt: Superboek (superboek.nl). Op deze website kunnen jeugdboeken gezocht worden op leeftijdscategorie. Bij elk boek staat een korte beschrijving, waardoor het kiezen gemakkelijker wordt. Bovendien is het bestellen van gesproken boeken gemakkelijker dan op de website Passend Lezen (www.passendlezen.nl): deze site richt zich meer op de volwassen lezer. In onderstaand filmpje vertelt een dyslectische jongen waarom hij deze site prettiger vindt:

Oh ja, je moet zelf zorgen voor het gedrukte boek, als je wil meelezen! Wil je de tekst van het boek tegelijk zien en horen, dan moet je eens kijken op de website van Yoleo.