Materiaal

Selecteren aan te schaffen materialen

Welke ICT-middelen worden aangeschaft en ingezet, is afhankelijk van verschillende factoren. Voordat overgegaan wordt tot de aanschaf van de middelen dienen verschillende vragen beantwoord te worden. De antwoorden zorgen voor heldere criteria voor de aanschaf en het gebruik van de middelen. Het is verstandig deze criteria vast te leggen in de documenten voor ICT-beleid, waardoor cyclische evaluatie en bijstelling mogelijk wordt.

Omdat de vragen niet alleen betrekking hebben op het technische terrein van ICT, is een voorbespreking met de gebruikers (leerlingen) en begeleiders (docenten, zorgspecialisten) noodzakelijk. Daarnaast is het zinvol te bepalen wat de ervaringen van leerlingen en ouders zijn met ICT-middelen die ze vaak op eigen initiatief al een tijd gebruiken. De werkgroep dyslexie is een goed platform om de informatie te verzamelen en op grond daarvan beslissingen te nemen.

Cruciaal hierbij is helderheid te krijgen over de doelen die bereikt moeten worden met de inzet van de ICT-middelen. Callebaut (2006) beschrijft in hoeverre de doelen en de doelgroep die men wil bereiken van invloed zijn op de keuze van de middelen:

  • Hoeveel leerlingen zijn er met lees- en/of spellingproblemen, en hoe ernstig zijn deze problemen. Dit kan ertoe leiden dat de school al rekening houdt met het probleem door bijvoorbeeld doelen en de methodiek aan te passen. Het kan ertoe leiden dat men veel ICT-middelen moet aanschaffen en er een flinke aanslag op het budget wordt gepleegd. Het kan ook betekenen dat eenvoudige middelen ontoereikend zijn en gekozen wordt voor geavanceerde middelen. Uiteraard komt het ook voor dat minder geavanceerde middelen afdoende zijn voor de doelgroep.
  • Hoe frequent en voor welke taken moet de leerling ICT-middelen gebruiken? Is voornamelijk spellingondersteuning nodig, is vooral ondersteuning nodig bij het lezen van verplichte lectuur, is ondersteuning bij alle vakken nodig, hoe intensief worden studieboeken gebruikt, is het de bedoeling om werkschriften in te vullen, is het de bedoeling de studie te ondersteunen met behulp van bijvoorbeeld woordenboeken en samenvatfunctie? Zijn het vooral korte teksten, dan rendeert voorleessoftware minder. Vooral bij lange en complexe teksten is voorleessoftware op zijn plaats. Dit geldt eveneens voor spelling, schrijftaken en het leren van vreemde talen.

We noemen nog enkele factoren die meewegen bij de aanschaf van ICT-middelen:

  • Hoe groot is de deskundigheid van het team, hoe groot is de bereidheid van het team om te investeren in scholing en de productie van aangepaste lesmaterialen? Hoe groot is de bereidheid om ICT-middelen te integreren in de lessen en leerlingen te stimuleren deze middelen te gebruiken? Hoeveel en welke ondersteuning kunnen schoolmedewerkers bieden aan leerlingen die met ICT-middelen gaan werken?
  • Hoe is het gesteld met de technische, infrastructurele voorzieningen binnen de school: is er een netwerk, welke capaciteiten hebben de computers? Is geschikte randapparatuur aanwezig (denk aan scanner, headsets)?
  • Hoe groot is het budget voor de aan te schaffen software, hardware en randapparatuur? Is het zinvol en mogelijk extra financiële middelen te werven? Welk aandeel van de kosten nemen de ouders voor hun rekening?
  • Wil de school leerlingen in staat stellen ook thuis met het hulpmiddel te werken; dat is het meest zinvol!

 

Organisatie en beheer van de materialen

Keuze van de leverancier

Nadat de ICT-middelen zijn geselecteerd, wordt tot aankoop overgegaan. Het is zinvol na te gaan of er meer aanbieders zijn. Echter, het is ook belangrijk zicht te krijgen op de ondersteuning die de leverancier biedt vóór en ná het aanschaffen van de materialen. Deze ondersteuning dient niet alleen technisch te zijn, maar ook inhoudelijk. Leveranciers hebben regelmatig contact met gebruikers en ontwikkelaars (softwarebedrijven). Daardoor zijn zij in staat waardevolle adviezen te geven over configuratie-eisen, de aanschaf van randapparatuur (scanners en headsets), de omgang met eventuele technische problemen en de optimale inzet van de ICT-middelen. Een goed bereikbare helpdesk bij de leverancier is een niet te onderschatten zaak.

Bekostiging van ICT-middelen

Omdat het bij ICT-middelen vaak om grote bedragen gaat, kan onderzocht worden of lagere prijzen mogelijk zijn door meer licenties te kopen. Het valt te overwegen een netwerkversie in te zetten; dit is bijvoorbeeld het geval als men de leerling ook thuis met de software wil laten werken: De leerling verkrijgt via een internetverbinding toegang tot het programma dat de school ondersteunt.

Constateert de school dat invoering van ICT-middelen de financiële draagkracht overschrijdt, dan kunnen de middelen gefaseerd worden ingevoerd.

Er zijn scholen die ouders stimuleren de benodigde ICT-middelen zelf aan te schaffen. Ook schaffen scholen soms een beperkt aantal middelen zelf aan en lenen deze – al dan niet tegen een borgsom – uit.

Sommige scholen leasen materialen en hanteren lage rentepercentages. De ouders/leerlingen kunnen de ter beschikking gestelde hardware en software afbetalen binnen de termijn die ze op school doorbrengen. Op het moment dat men dergelijke constructies hanteert, sluit men uiteraard contracten af, die de rechten en plichten van alle partijen (school, ouders, leerlingen) zorgvuldig vastleggen.

De ervaring leert (Smeets & Callebaut, 2005) dat het goed is de leerlingen medeverantwoordelijk te maken voor de uitvoering van het contract, zodat ze zorgvuldiger met de materialen omgaan.

Beheer van hardware en software

ICT-middelen voor dyslectische leerlingen zijn vrij geavanceerd, vragen vaak veel van de hardware (bijvoorbeeld werkgeheugen, ramgeheugen, rekensnelheid). De meeste nieuwe computers kunnen de eisen van bv. voorleesprogramma’s goed aan; op scholen zijn nog regelmatig oude computers te vinden. De computers omoeten in staat zijn de software te draaien zonder noemenswaardige problemen.

Beheertaken voor ICT’er:

  • Updaten van computers;
  • Installeren en beheren van software (inclusief de licenties);
  • Upgraden van software naar een nieuwere versie;
  • Installeren van randapparatuur (bijvoorbeeld scanners, headsets);
  • Periodiek controleren en onderhouden van computers; oplossen van problemen met de installatie en werking van software;
  • Beantwoorden van vragen van gebruikers omtrent hardware en software;
  • Verzorgen van gebruikersvriendelijke handleidingen;
  • Ontwikkelen en beheren van de (digitale) helpdesk;
  • Uitvoeren of uitbesteden van reparaties. Deze behoren zo snel mogelijk plaats te vinden, aangezien leerlingen soms sterk afhankelijk zijn van de aangereikte hulpmiddelen.

In gevallen waar de ouders hardware en software aangeschaft hebben, ligt de verantwoordelijkheid grotendeels bij henzelf.

Het verdient aanbeveling (beperkte) praktische service te verlenen voor materialen die de school ondersteunt. Het moge duidelijk zijn dat hierover goede afspraken nodig zijn.

Toegankelijkheid van ICT-middelen

ICT-materialen die toebehoren aan de leerlingen zullen aan het einde van de schooldag vaak mee naar huis genomen worden; ze zijn dan optimaal toegankelijk. Materialen die op school blijven, zullen gedurende de dag met de leerling meereizen; dat is vooral het geval na de basisschool. Zolang het draagbare materialen betreft, is er weinig aan de hand. Staan de programma’s slechts op enkele vaste pc’s, dan kan de toegang een probleem opleveren. Om de toegang tot de benodigde software te vergroten zouden enkele computers, inclusief randapparatuur, geplaatst kunnen worden in een afsluitbaar lokaal. Dyslectische leerlingen krijgen de gelegenheid er tijdens en na schooltijd op te werken en worden medeverantwoordelijk gemaakt voor het beheer van dit lokaal.

Opslag en transport

Het voordeel van een ReadingPen, tablet en de Daisy-speler is dat ze gemakkelijk op te bergen zijn, en dat het vervoer binnen en buiten de school weinig problemen oplevert. Uiteraard moet bij deze kwetsbare apparatuur wel de nodige voorzichtigheid in acht worden genomen. Laptops zijn door hun grootte en gewicht al iets lastiger te vervoeren. Bovendien zijn ze vrij kwetsbaar en diefstalgevoelig.

Het permanent markeren van de middelen, het afsluiten van een verzekering en het maken van goede schriftelijke afspraken (bijvoorbeeld een contract met borgsom) zijn niet overbodig! Ook schenkt men liefst aandacht aan de wijze van vervoeren en het ‘bewaren’ van de materialen tijdens pauzes of andere onbewaakte momenten.

Voor de zomervakantie zal de school de eigen materialen weer willen innemen. Dit is een uitstekend moment om de onderhoudstoestand te beoordelen; vervanging en reparatie kan zodoende plaatsvinden vóór aanvang van het nieuwe schooljaar. De opslag van deze kostbare middelen verdient aandacht, gezien het feit dat veel scholen een paradijs voor inbrekers zijn.

Aandacht voor ‘content’

Bij een groot aantal ICT-middelen is het louter aanschaffen van de hardware en software onvoldoende: er is ‘content’ (of vulling) nodig om deze materialen naar behoren te laten functioneren: het betreft Daisy-cd’s en digitale boekbestanden.

Daisy-cd’s van schoolboeken, maar ook (werk)boeken voor de voorleesprogramma’s (Kurzweil, Sprint, ClaroRead, L2S) worden kant en klaar door Dedicon geleverd: nog regelmatig vragen de (ouders van) dyslectische leerlingen ze aan. Scholen kunnen voor hun leerlingen een schoolcontract afsluiten bij Dedicon. Hierdoor wordt het bestellen gemakkelijker. De school beschikt over de juiste ISBN-nummers. Bovendien hoeft de school geen dyslexieverklaring van elke leerling te overleggen.

Hoewel de collectie studieboeken zeer uitgebreid is, treft men bij Dedicon geen lesmaterialen, proefwerken en dergelijke aan die door de scholen en docenten zelf zijn gemaakt. Omdat Dedicon deze materialen niet kán en wil beheren, zal men ze zelf moeten omzetten in auditieve bestanden. Sinds enige tijd kunnen deze bestanden op de website van Dedicon gratis omgezet worden in een auditief bestand. De kwaliteit is vooralsnog matig.

Digitale boekbestanden. Men dient zich goed te realiseren dat verschillende voorleesprogramma’s geen ingebouwde scanfunctie bezitten. De boeken dienen eerst met een OCR-programma gescand, voordat ze bruikbaar zijn in de voorleesprogramma’s. Gelukkig zijn steeds meer moderne kopieermachines hiertoe in staat!

Beheer van Daisy-cd’s en digitale boekbestanden

Leerlingen die met Daisy-cd’s en digitale boekbestanden werken, zorgen er het beste zelf voor dat deze content goed opgeborgen/opgeslagen wordt, zodat deze altijd snel terug te vinden is.

Daisy-cd’s vallen onder beheer van de leerlingen zelf en dienen aan het eind van een schooljaar teruggezonden te worden. Zorgvuldig gebruik is daarom gewenst.

Bij digitale boekbestanden heeft men te maken met zeer veel bestanden, aangezien boeken meestal in hoofdstukken zijn opgeslagen. De naamgeving van de bestanden moet helder en eenduidig zijn. Ook een heldere mappenstructuur op de laptop of pc zorgt voor het snel terugvinden van de benodigde documenten. Als scholen hun leerlingen gemakkelijk toegang willen geven tot digitale documenten, dan kan men plaatsing op dvd, het netwerk of de website overwegen.