Een gouden standaard 2 – randvoorwaarden

In één van de vorige berichten beschreef ik aan welke ‘eisen’ een ideaal voorleesprogramma zou moeten voldoen ongeacht de beschikbare programma’s. In dit bericht wil ik dieper ingaan op de zaken rondom de functionaliteit van deze programma’s. Deze bepalen vaak in even sterke mate, vaak zelfs sterker (!), welk programma de gebruiker uiteindelijk kiest. Het advies is: lees deze randvoorwaarden en bepaal zelf hoe belangrijk ze zijn op de eigen onderwijsinstelling of in de individuele situatie.

Kosten van het programma moeten beheersbaar zijn

Deze zijn voor veel mensen doorslaggevend! De kosten hangen vaak samen met de mogelijkheden van de voorleesprogramma’s: hoe uitvoeriger de mogelijkheden, hoe hoger de kosten. Echter: het is niet altijd nodig om over alle mogelijkheden van een programma  te beschikken. De leeftijd van de doelgroep (kinderen, adolescenten, volwassenen) en de eisen die aan lezen en schrijven gesteld worden (vergelijk een basisschool- met een vwo-leerling, of een middelbare scholier met een volwassene die in zijn werk weinig moet lezen) en de kenmerken van de lees/spellingproblemen (bv. lichte/ernstige leesproblemen, lichte/ernstige spellingproblemen) zijn belangrijke criteria die vóór aanschaf bekeken moeten worden. Voor scholen is het belangrijk na te gaan hoeveel leerlingen dyslexie hebben en wat de kosten per leerling bedragen als men overgaat tot aanschaf van een groepslicentie: hoe meer leerlingen/studenten gebruik maken van het programma, hoe betaalbaarder een programma immers wordt. Al deze overwegingen kunnen leiden tot besluiten in twee richtingen: aanschaffen van een duurder of juist goedkoper programma. Hieronder vier voorbeelden:

Situatie Overweging
Basisschoolleerling die flinke spellingproblemen heeft. Technisch lezen is wel trager, maar met extra tijd verloopt begrijpend lezen goed. In dit geval is een programma dat goede en toegankelijke ondersteuning biedt bij spelling belangrijk. Momenteel biedt Sprint(Plus) de beste mogelijkheden.
Als de dyslecticus gemakkelijker leesboeken wil lezen, zijn daisyboeken een prima optie: deze klinken natuurlijk. Is het spellingprobleem zeer groot, dan moet bekeken worden of op termijn Dragon NaturallySpeaking ingezet kan worden: bij jonge kinderen is spraakherkenning nog te lastig. Bovendien is het formuleren van goede zinnen lastig.
HBO-student, die veel en lange teksten moet lezen in Nederlands en Engels. Hij moet o.a. reflectie- en stageverslagen schrijven. HBO-studenten zullen vaak teksten moeten lezen die niet gescand zijn. Een ingebouwde scanfunctie is handig. Veel studenten moeten meerdere talen lezen. Studiehulpen in de vorm van vertaalwoordenboeken en samenvatfunctie zijn belangrijk. Aan het schrijven van teksten worden hoge eisen gesteld. Aanpassing van woordenlijst voor eigen vak moet mogelijk zijn. In dit geval biedt Kurzweil 3000 uitstekende ondersteuning.
Volwassene die in horeca werkt. Ze wil graag boeken lezen en deelnemen aan social media, zoals facebook. Als iemand graag leesboeken leest, is het van belang dat mensenstemmen de tekst voorlezen. Hier biedt daisy uitstekende mogelijkheden. Omdat social media in een telefoon-/tablet- of computeromgeving draaien, is de spellingondersteuning van online voorleesprogramma’s handig. Denk aan TextAid of IntoWords. Deze programma’s zijn overigens ook in staat om gescande teksten voor te lezen in de eigen taal.
Een schoolbestuur besluit één programma aan te schaffen voor alle scholen binnen het bestuur. Het heeft 150 licenties nodig. Schoolbesturen besluiten -gelukkig- steeds vaker dat zij verantwoordelijk zijn voor het (kosteloos) aanbieden van ICT-middelen voor leerlingen/studenten met een lees/schrijfbeperking. Ze hebben hiervoor een bepaald budget. Afgaan op de prijs is soms noodzakelijk en verleidelijk, maar niet altijd verstandig. Wat is de zin van een hulpmiddel als de gebruikers afhaken omdat het niet de ondersteuning biedt die ze nodig hebben?

Gebruiksgemak van het programma moet groot zijn

De beschikbare voorleesprogramma’s bieden grofweg gezien allemaal ondersteuning bij lezen en schrijven. Wat betreft de ondersteuning bij het studeren (woordenboeken, mindmapmogelijkheden, samenvatten, schrijfformats) zijn er grote verschillen. Ook de manier waarop het programma zich presenteert aan de gebruiker verschilt. Kurzweil 3000 en Sprint(Plus) hebben bijvoorbeeld een eigen ‘schil’ waarin teksten worden voorgelezen en geschreven. ClaroRead en L2S beschikken over een zwevend venster dat bovenop bestaande programma’s, zoals Word en Powerpoint, wordt gebruikt. Waar de programma’s onderling in verschillen is ook de manier waarop de mogelijkheden aan de gebruiker worden gepresenteerd. Het ene programma biedt zeer veel knoppen aan; het andere programma biedt alleen de belangrijkste knoppen aan, en weer een ander programma heeft de mogelijkheid zelf te bepalen welke bedieningsknoppen wel en niet in beeld zijn. Het is begrijpelijk dat een uitvoerig programma als Kurzweil 3000 veel knoppen en instellingsmogelijkheden heeft en een eenvoudiger programma als L2S minder knoppen heeft. Het gebruiksgemak hangt niet alleen af van de mogelijkheden van het programma en de manier waarop de mogelijkheden gepresenteerd worden (wel of niet verborgen in een submenu), maar ook van de gebruiker zelf. Een eenduidig advies geven is lastig. Het uitproberen van demoversies is daarom zinvol! We geven weer enkele voorbeelden die met gebruiksgemak samenhangen:

Situatie Overweging
Jonge leerling met adhd, die snel afgeleid is door een scherm met veel instelmogelijkheden. Deze leerling ziet allerlei knoppen die kunnen leiden tot afleiding van de taak waarmee hij bezig moet zijn. Het is handig als alleen de belangrijkste knoppen zichtbaar zijn. Bij bv. Sprint(Plus), maar ook bij L2S en ClaroRead is het aantal zichtbare knoppen beperkt. Verdere instellingen zitten in sub-menu’s. Bij Kurzweil 3000 kunnen de knoppenbalken aangepast en ongebruikte knoppenbalken zelfs onzichtbaar gemaakt worden.
Volwassene die goed met computers kan omgaan en behoefte heeft aan veel ondersteuning bij lezen en schrijven. Deze persoon wil teksten kunnen scannen, gemakkelijk woordbetekenissen opzoeken, meerdere talen laten voorlezen, woorden vertalen etc. In dit geval kan het programma Kurzweil 3000 goede ondersteuning bieden. Dat wil niet zeggen dat de andere programma’s niet bruikbaar zijn! Juist het feit dat de gebruiker het voorleesprogramma gebruikt in een Office-omgeving, is een pro om ClaroRead en L2S te gebruiken.
Speciale basisschool waar veel kinderen met speciale onderwijsbehoeften verblijven. Als op deze school veel eisen gesteld worden aan zelfstandig lezen en schrijven, dan is het verstandig een programma te kiezen dat overzichtelijk is en goede ondersteuning biedt bij ernstige lees/spellingproblemen. Momenteel is Sprint(Plus) in mijn ogen het meest geschikte programma vanwege het gebruiksgemak, maar ook de kindvriendelijke en uitvoerige ondersteuning (zeer goede homofonenfunctie, voorspelfunctie en spellingcontrole) bij het schrijven van teksten. Andere programma’s bieden op dit vlak minder mogelijkheden.

De installatie moet gemakkelijk zijn en de helpdesk toegankelijk en adequaat

Op dit moment zijn er -voor zover bekend- geen programma’s die niet goed geïnstalleerd worden. Het is belangrijk bij de leverancier na te gaan in hoeverre de hardware past bij de configuratie van de computer: spraaksoftware werkt namelijk beter op computers met voldoende geheugen en rekencapaciteit. In zijn algemeenheid lukt het installeren van Kurzweil 3000, Sprint, ClaroRead en L2S goed. Voor het installeren van netwerkversies is extra kennis nodig, waar niet iedereen over beschikt. De apps Daisylezer en LEX installeren gemakkelijk. Het aan de gang krijgen van TextAid en IntoWords is iets omslachtiger, maar als ze eenmaal werken, zijn er geen problemen. Als er problemen met de installatie bestaan, worden deze vrij goed opgelost door de leveranciers. Op dit vlak bieden Lexima (Kurzweil 3000 en Sprint(Plus) en Woordhelder (ClaroRead en TextAid) momenteel de beste ondersteuning, omdat de helpdesk niet alleen verstand heeft van het programma zelf, maar ook van technische zaken (die een goede werking in de weg kunnen staan).

Ondersteuning van de gebruikers (óók onderwijsinstellingen) moet volledig en duidelijk zijn

Met alleen het aanschaffen van een softwarepakket wordt de gebruiker onvoldoende geholpen. Vrijwel steeds bestaat ondersteuning in de vorm van een korte en uitgebreide handleiding. De kwaliteit van de handleiding kan het best worden beoordeeld door deze op te vragen bij de leverancier van het programma. Men kan dan zelf bepalen of deze voldoende helder en uitgebreid is. Alle programma’s beschikken over een ingebouwde helpfunctie. Het zoeken naar de juiste hulp moet gemakkelijk zijn door bijvoorbeeld trefwoorden in te voeren. Kurzweil biedt binnen het programma ondersteuning door middel van demonstratiefilmpjes. Dat voorbeeld zou door méér aanbieders gevolgd moeten worden. Alle leveranciers bieden de mogelijkheid een cursus te volgen, die -bij voldoende gebruikers- op locatie kan plaatsvinden. Zowel Lexima, Woordhelder als Visiria (L2S) bieden deze cursussen aan.

Onderwijsinstellingen zitten nog steeds met de vraag hoe ze technische hulpmiddelen goed implementeren. Het komt helaas nog te vaak voor dat scholen enthousiast beginnen met de aanschaf van hulpmiddelen, en na een tijdje afhaken. De leerlingen krijgen weinig ondersteuning en de lesmaterialen worden niet goed beschikbaar gesteld. Het gevolg is dat ICT-middelen een kwijnend bestaan leiden. Omdat de leveranciers van ICT-middelen baat hebben een goede implementatie, bieden ze vaak extra training en begeleiding aan. Op dat vlak biedt Lexima de meeste mogelijkheden.

Tenslotte

Mist u belangrijke criteria náást de gebruiksmogelijkheden (zie Gouden standaard 1) en hierboven beschreven randvoorwaarden, neem dan gerust contact op, zodat we beter kunnen bepalen welke hulpmiddelen in individuele gevallen de voorkeur verdienen.