Begeleiding met ICT-middelen

Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 5-8 adviseert om vanaf groep 5 gebruik te maken van ondersteunende en/of compenserende software. Op deze website richten we ons met name op compenserende en dispenserende maatregelen, die gerealiseerd kunnen worden met ICT-middelen. Deze doelen worden hieronder nader uitgewerkt.

Compenseren
Van compenseren spreken we als maatregelen worden getroffen die de belemmeringen die het zwakke lezen en spellen met zich meebrengen, verminderen. Kenmerkend is dat de lees-/ spellingtaak wèl wordt uitgevoerd. We onderscheiden niet-technische en technische compensaties. De niet-technische compensaties betreffen bijvoorbeeld tijdverlenging, vergrote teksten en aangepaste normering bij proefwerken. Technische compensaties zijn er in de vorm van hardware (bv. Daisy-speler) en software (b.v. Kurzweil 3000), die het lezen vergemakkelijken en het schrijven ondersteunen. Gespecialiseerde software biedt ondersteuning bij alle deelproblemen waarmee iemand met dyslexie worstelt, zoals technisch en begrijpend lezen, spellen, strategisch schrijven, moderne vreemde talen, structureren en het maken van toetsen en examens.

Dispenseren
Dispenseren betekent dat de dyslecticus een bepaalde taak niet meer hoeft uit te voeren: hij krijgt dus vrijstelling. Ook hier is weer het onderscheid tussen niet-technische en technische maatregelen te maken. Voorbeelden van niet-technische dispensaties zijn mondeling overhoren in plaats van schriftelijk, niet hardop lezen en vrijstelling geven voor een vreemde taal. We spreken van technische dispensatie als een computerprogramma of een voorleesapparaat (bijvoorbeeld Daisy-speler) het lezen en/of schrijven volledig voor zijn rekening neemt.

Remediëren
Waar we op deze website ook aandacht aan schenken, zijn de mogelijke remediërende effecten van compenserende en dispenserende programma’s. In hoofdstuk 2 halen we verschillende onderzoeken aan, waarin aangetoond wordt, dat lees- en spellingvaardigheden meetbaar verbeteren als dyslectici consequent gebruikmaken van voorlees- en dicteermiddelen (software en hardware).

Hoe verhouden zich remediëren, compenseren en dispenseren?
Er wordt wel aangenomen dat remediëren, compenseren en dispenseren elkaar lineair opvolgen. Het gevaar van deze veronderstelling is, dat men soms te snel besluit dat het lees-/spelling-probleem hardnekkig is en men de remediëring achterwege laat. Men dient ervan uit te gaan dat de basisschool tot taak heeft een zo hoog mogelijk niveau van geletterdheid te behalen, ook al zijn de vorderingen gering. Wentink en anderen (2006) en Vernooy (2006) bijvoorbeeld streven naar een minimale vooruitgang van twee avi-niveaus per leerjaar, ook bij sbo-leerlingen. Zij tonen in diverse begeleidingstrajecten (bijvoorbeeld SLIM, LISBO, VLOT) aan dat met name op het gebied van lezen veel meer te bereiken is dan veel leerkrachten inschatten. Naar onze mening hoort men niet te wachten met het inzetten van compenserende en dispenserende middelen, totdat leerlingen naar het voortgezet onderwijs gaan. Integendeel: al tijdens de basisschoolperiode worden leerlingen frequent geconfronteerd met teksten en schrijfopdrachten die in feite moeilijker zijn dan de leerlingen op dat moment aankunnen. Dat ‘moeilijker’ heeft vooral betrekking op technische taalaspecten: kinderen met dyslexie begrijpen niet automatisch slechter wat in een tekst staat dan niet-dyslectische kinderen. Ze hoeven evenmin minder fantasie te hebben als ze een verhaal of opstel schrijven. Het zou dan ook jammer zijn als men leerlingen taken ontneemt die aansluiten bij de mogelijkheden en behoeften van leeftijdsgenoten. Vooral het weglaten van (technisch) moeilijke teksten zorgt voor een onderstimulering met betrekking tot de algemene ontwikkeling en woordenschat. Leerlingen die al niet veel lezen, krijgen dan ook nog teksten aangeboden die weinig uitdagend zijn. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor hun werkhouding en de taakbeleving. Het is ook mogelijk dat de cognitieve ontwikkeling steeds verder achterop raakt, en deze leerlingen aan het einde van de basisschool ook echt moeite heeft met het begrijpen van teksten. Alle reden om na te gaan hoe ICT-middelen deze belemmeringen kunnen verminderen en welke mogelijkheden hiervoor voorhanden zijn.