Een gouden standaard 3 – een ander perspectief

In de vorige berichten (Gouden standaard 1 en 2) hebben we onze aandacht vooral gericht op de mogelijkheden van de programma’s vanuit het perspectief van de  primaire gebruikers, de personen met dyslexie. We hebben eerst de functies van de  beschikbare voorleesprogramma’s bekeken (gouden standaard 1), daarna kenmerken van deze programma’s buiten de lees/schrijf/studieondersteuning, zoals gebruiksgemak, gebruiksondersteuning en kosten (gouden standaard 2). In onze derde bijdrage willen we vooral aandacht besteden aan de mate waarin secundaire gebruikers (bv. leerkrachten) in staat zijn om het programma aan te passen. Deze functies zien we het uitvoerigst terug bij de duurdere programma’s, zoals Kurzweil 3000 en Sprint Plus.

Aanpassen van de uitspraak van woorden

Het komt regelmatig voor dat voorleessoftware woorden verkeerd uitspreekt. Dat is bijvoorbeeld het geval als minder frequente Engelse woorden in een Nederlandse tekst worden gebruikt, of als de klemtoon niet direct uit de opbouw van het woord kan worden afgeleid. Kinderen met dyslexie vinden het meestal niet zo erg als enkele woorden verkeerd worden uitgesproken: ‘een computer is geen mens en hij maakt daarom af en toe een fout’. Wanneer die fout vaak voorkomt in een tekst, of wanneer veel woorden fout worden uitgesproken, is dat wel hinderlijk. Dat is bijvoorbeeld het geval bij teksten in studieboeken voor biologie. Als een school besluit een proefwerk via Kurzweil aan te bieden is het eveneens van belang dat de aandacht gericht is op het proefwerk en niet op een verkeerde uitspraak van woorden, met als mogelijk gevolg dat een vraag niet goed begrepen wordt. Het programma moet in staat zijn om de uitspraak van individuele woorden aan te passen. Bij vrijwel alle programma’s is dat tegenwoordig het geval. Het moet verder in staat zijn om het aangepaste woord in de rest van de tekst en in nieuwe teksten goed uit te spreken.

Aanpassen van de leesvolgorde

Veel schoolboeken hebben een opmaak die bestaat uit twee of meer kolommen. Als de afstand tussen de kolommen gering is, bestaat de kans dat het voorleesprogramma heen en weer springt tussen de kolommen. Het programma leest bijvoorbeeld regel 1 van kolom 1, vervolgens regel 1 van kolom 2, dan regel 2 van kolom 1 en tenslotte regel 2 van kolom 2.  Dat dit zeer hinderlijk is, lijdt geen twijfel. Duurdere programma’s beschikken over de mogelijkheid om de leesvolgorde vast te leggen. Hierdoor wordt bijvoorbeeld eerst kolom 1 gelezen en pas daarna kolom 2. Het is verder handig als de hoofdtekst eerst wordt gelezen en pas daarna de tekst in kaders. Ook hier kan het aanpassen van de leesvolgorde een rol spelen.

Schakelen tussen talen

In lesboeken voor de vreemde talen worden altijd Nederlands en de te leren taal door elkaar gebruikt. Meestal kiest de gebruiker van een voorleesprogramma de taal die geleerd wordt: Nederlandse teksten worden met een Engels, Frans of Duits accent uitgesproken, waardoor deze vaak niet meer te begrijpen zijn. Momenteel zijn twee programma’s in staat om automatisch te schakelen tussen talen: Kurzweil 3000 en Alinea. In andere programma’s, zoals Sprint Plus, kan de gebruiker aangeven welke tekstdelen in taal a en welke delen in taal b uitgesproken moeten worden. Dit is bewerkelijk. Docenten die een tweetalig proefwerk daadwerkelijk tweetalig willen laten voorlezen, kunnen het door hen aangepaste proefwerk opslaan, zodat het in het vervolg correct wordt voorgelezen.

Overslaan van onnodige teksten

Het voorlezen van kop- of voetregels en pagina-nummers is overbodig. Dit leidt af van de te lezen teksten. Programma’s zoals, Kurzweil en Sprint beschikken over de mogelijkheid om deze teksten over te slaan. Het voorlezen van van teksten die onder illustraties staan, is vooral van belang als de illustratie zelf wordt bekeken. Het leidt af als de tekst wordt voorgelezen terwijl de hoofdtekst wordt voorgelezen. Duurdere software is in staat om deze tekst over te slaan, maar ook om de tekst alleen voor te lezen als erop geklikt wordt (Kurzweil 3000, Sprint).

Vergrendelen van internet, andere bestanden en woordenboeken

Als voorleesprogramma’s ingezet worden bij toetsen, tentamens of examens, moet uiteraard alleen getoetst worden wat de leerling zelf weet. Het opzoeken van het antwoord op internet, of in een woordenboek kan een ‘eerlijk’ antwoord in de weg staan. Bij Kurzweil 3000 en Sprint is het mogelijk de woordenboeken te blokkeren. Kurzweil 3000 zal het gebruik van internet niet blokkeren, maar de docent kan wel een logboek inzien, zodat hij vrij snel zicht heeft op het gebruik van andere bestanden en internet. Als de leerling/student dit voorafgaand aan een toets weet, is hij gewaarschuwd hier geen gebruik van te maken. Het handigst is uiteraard om de leerling te laten werken op computers van school, die relatief ‘kaal’ zijn.