Welkom in wereld van ICT-middelen voor dyslectici

Enkele jaren geleden verscheen de publicatie Technische Maatjes bij Dyslexie. Deze is ruim verspreid op scholen in Nederland. Sinds die tijd is het wat stil geworden. Intussen hebben de ontwikkelingen rondom ICT-middelen niet stilgestaan. Sommige hulpmiddelen zijn verdwenen, omdat ze onvoldoende hulp boden. Andere hulpmiddelen zijn erbij gekomen. De meeste computerprogramma’s van het eerste uur hebben flinke updates gekregen, waardoor ze beter aansluiten bij de behoeften van de gebruikers.

Een grote verandering van de afgelopen jaren is de opkomst van apps voor smartphones en tablets. Zeven jaar geleden waren deze nauwelijks beschikbaar. Ook sterk veranderd is het ‘gebeuren’ rondom Daisyboeken. Waar ze enkele jaren geleden nog uitsluitend aangeboden werden op CD-roms, zijn ze nu vooral beschikbaar in de vorm van downloads of streams. Was men enkele jaren geleden aangewezen op daisyspelers en een windows-programma als Amis, tegenwoordig kunnen daisyboeken op vrijwel elke smartphone en tablet beluisterd worden.

Wat in mijn ervaring als dyslexiebehandelaar nog onvoldoende is veranderd, is de inzet van deze hulpmiddelen binnen het onderwijs. Veel scholen geven weliswaar aan dat ze deze hulpmiddelen aanbieden; in de praktijk blijkt dit vaak tegen te vallen. Digitale boeken worden door scholen vaak wel beschikbaar gesteld; het ontbreekt aan ondersteuning van de leerlingen bij het gebruik ervan. Het gevolg is dat veel leerlingen en ouders vroegtijdig afhaken. Ze proberen het dan zonder hulpmiddelen te redden. Een gemiste kans!

U bevindt zich nu op de blog-pagina, waar steeds de nieuwste berichten bovenaan staan. Met behulp van de menubalk kunt u naar de pagina’s gaan die een vastere inhoud hebben. Heeft u een vraag die niet beantwoord wordt, kijk dan op de pagina Advies en training. Ik wens u succes met het zoeken en vinden van de informatie die u nodig heeft.

Dyslexieconferentie 2018

Woensdag 21 maart vindt de jaarlijkse dyslexieconferentie plaats in Ede, met het thema Lezen Leren Kansen Creëren.

‘Goed onderwijs brengt het beste in mensen naar boven, voorkomt en verkleint achterstanden en helpt talenten zich optimaal te ontwikkelen.’

Met dit citaat uit het regeerakkoord slaat de nieuwe regering de spijker op zijn kop. De basis begint altijd bij goed onderwijs, ook voor leerlingen met taalproblemen of dyslexie. Met alleen goed leesonderwijs zijn we er niet, de daarop aansluitende preventieve en curatieve interventies zijn onmisbaar om talent maximaal te stimuleren en frustraties te voorkomen als lezen en leren haperen.

Meer dan 30 sprekers bespreken op woensdag 21 maart 2018 nieuwe wetenschappelijke inzichten, inhoudelijke adviezen en praktische handvatten. Actuele onderzoeksresultaten, nieuwe inzichten en ervaringen maken dat het zorglandschap rondom leesproblemen en dyslexie blijft veranderen en verbeteren.

Het volledige zorgcontinuüm krijgt maximaal aandacht op de Nationale Dyslexie Conferentie 2018. Van goed leesonderwijs tot effectieve interventies, van preventieve tot compenserende maatregelen. Met als doel: bestrijding van kansenongelijkheid en stimulering van talent.

Ikzelf lever deze keer ook een bijdrage. Het onderwerp van mijn lezing betreft de implementatie van compenserende software. We gaan kort in op verklaringen van de moeizame implementatie en doen een poging om toegankelijke adviezen te geven tóch aan de slag te gaan met compenserende software. Immers: 45% van de dyslectische leerlingen in het PO heeft nog steeds geen toegang tot software die het functioneel lezen en schrijven ondersteunt. We staan stil bij twee websites die

Stimuleringsprogramma Preventieve & Integrale Aanpak Dyslexie & Hulpmiddelen Onderwijs (een pakkendere naam volgt nog)

Recent heeft OCW een subsidie (voor 4 jaar) verstrekt met als doel scholen beter in staat te stellen om systematisch te kunnen werken aan preventie en het op integrale en effectieve manier aanpakken van laaggeletterdheid, leesproblemen en dyslexie. Dit in samenwerking met ouders, zorgverleners, besturen, samenwerkingsverbanden en beleidsorganen.

De stuurgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van Expertisecentrum Nederlands, NKD, Oudervereniging Balans, SDN, LBRT, LBBO en Netwerk LPO is zich er terdege van bewust dat dit een unieke kans is om daadwerkelijk verbeteringen te verwezenlijken. Zij hebben daarbij de hulp ingeroepen van diverse personen en instanties die zich met dyslexie bezig houden. Begin maart heeft een denktankdag in Amersfoort plaatsgevonden.

Het doel van de dag was elkaar informeren, ontmoeten, sparren, ervaringen uitwisselen teneinde een zo goed mogelijke startpositie te hebben om dit programma in onderlinge samenwerking met succes verder in te vullen en uit te voeren.

Met de ideeën (in én out of the box), adviezen, ervaringen, reacties, bronnen en diverse netwerken, hoopt de stuurgroep verder te komen dan we zouden komen als we nu ‘gewoon’ aan de slag zouden gaan. Ook hoopt de stuurgroep op deze manier meer draagvlak te verkrijgen

Aandacht voor ICT-hulpmiddelen op miniconferentie

Dinsdag 31 oktober vindt de miniconferentie Dyslexie in Transitie plaats op SBO De Blinker in Geleen. De conferentie is gericht op het IB-netwerk van schoolbestuur Kindante. De conferentie ontvangt deelnemende gemeenten, behandelinstituten voor dyslexie en medewerkers van deelnemende scholen. Het accent ligt op het delen van nieuwe ontwikkelingen. De conferentie wordt geopend door dr. Wim Tops, die o.a. inzoomt op de oorzaken van dyslexie. Daarna worden nieuwe ontwikkelingen op het gebied van o.a. ouderbetrokkenheid en ‘blended learning’ besproken door dr. Ria Kleijnen en Marika de Bruijn. Tenslotte vinden workshops plaats waarin ook tijd wordt besteed aan recente ontwikkelingen op het gebied van ICT en dyslexie. Er is aandacht voor www.technischemaatjes.nl, het project COM, nieuwe voorleessoftware (waaronder Alinea en Textaid) en de opkomst van apps voor smartphones/tablets (denk aan LEX, Daisylezer en Dictus).

25.000 kinderen met dyslexie krijgen geen hulpmiddelen op school

Vijfenveertig procent van de circa 55.000 leerlingen met dyslexie in het basisonderwijs werkt op school niet met een hulpmiddel, omdat hun school dit niet ter beschikking stelt. Dit blijkt uit een peiling die Balans onlangs onder 124 ouders van leerlingen met dyslexie hield’ (Balans Magazine).

Als behandelaar binnen een dyslexieteam (Amalexis, Geleen) moet ik helaas bevestigen dat dit beeld heel herkenbaar is. Dat het percentage zó hoog is, verbaast me wel. Ondanks het feit dat technische hulpmiddelen al een hele tijd beschikbaar zijn en steeds betaalbaarder worden, is de inzet beperkt en de kennis over ICT-hulpmiddelen schrikbarend klein. Tijdens ouderavonden voor dyslectische leerlingen blijkt dat veel ouders dán pas geconfronteerd worden met de mogelijkheden die technische hulpmiddelen bieden. De strijd die ouders vaak leveren om de hulpmiddelen binnen de school te krijgen, is tijdsintensief en frustrerend. Met het oormerken van zorggelden zou een deel van dit probleem opgelost kunnen worden. Het argument dat er ‘geen geld voor is’ geldt dan helemaal niet meer.

Om technische hulpmiddelen goed te implementeren is echter méér nodig dan louter het aanschaffen ervan. Een implementatietraject kan ervoor zorgen dat deze hulpmiddelen ook daadwerkelijk ingezet worden, en dyslectische leerlingen ondersteund worden bij functionele lees- en schrijfopdrachten.

Informatie over TextAid is bijgewerkt

Het programma TextAid krijgt een update, waardoor het beter aansluit bij de behoeften van mensen met dyslexie. Er wordt een woordvoorspeller toegevoegd, vooral belangrijk gevonden door jonge dyslectici. Oudere dyslectici hechten juist veel waarde aan een samenvatfunctie. Nadat de belangrijkste zinnen gemarkeerd zijn, kunnen ze uit de tekst worden gelicht. Het is goed nog even naar de pagina’s TextAid en Vergelijking web-based voorleessoftware te kijken voor een volledig overzicht. De informatie over TextAid is nu weer up-to-date.

Een gouden standaard 3 – een ander perspectief

In de vorige berichten (Gouden standaard 1 en 2) hebben we onze aandacht vooral gericht op de mogelijkheden van de programma’s vanuit het perspectief van de  primaire gebruikers, de personen met dyslexie. We hebben eerst de functies van de  beschikbare voorleesprogramma’s bekeken (gouden standaard 1), daarna kenmerken van deze programma’s buiten de lees/schrijf/studieondersteuning, zoals gebruiksgemak, gebruiksondersteuning en kosten (gouden standaard 2). In onze derde bijdrage willen we vooral aandacht besteden aan de mate waarin secundaire gebruikers (bv. leerkrachten) in staat zijn om het programma aan te passen. Deze functies zien we het uitvoerigst terug bij de duurdere programma’s, zoals Kurzweil 3000 en Sprint Plus.

Aanpassen van de uitspraak van woorden

Het komt regelmatig voor dat voorleessoftware woorden verkeerd uitspreekt. Dat is bijvoorbeeld het geval als minder frequente Engelse woorden in een Nederlandse tekst worden gebruikt, of als de klemtoon niet direct uit de opbouw van het woord kan worden afgeleid. Kinderen met dyslexie vinden het meestal niet zo erg als enkele woorden verkeerd worden uitgesproken: ‘een computer is geen mens en hij maakt daarom af en toe een fout’. Wanneer die fout vaak voorkomt in een tekst, of wanneer veel woorden fout worden uitgesproken, is dat wel hinderlijk. Dat is bijvoorbeeld het geval bij teksten in studieboeken voor biologie. Als een school besluit een proefwerk via Kurzweil aan te bieden is het eveneens van belang dat de aandacht gericht is op het proefwerk en niet op een verkeerde uitspraak van woorden, met als mogelijk gevolg dat een vraag niet goed begrepen wordt. Het programma moet in staat zijn om de uitspraak van individuele woorden aan te passen. Bij vrijwel alle programma’s is dat tegenwoordig het geval. Het moet verder in staat zijn om het aangepaste woord in de rest van de tekst en in nieuwe teksten goed uit te spreken.

Aanpassen van de leesvolgorde

Veel schoolboeken hebben een opmaak die bestaat uit twee of meer kolommen. Als de afstand tussen de kolommen gering is, bestaat de kans dat het voorleesprogramma heen en weer springt tussen de kolommen. Het programma leest bijvoorbeeld regel 1 van kolom 1, vervolgens regel 1 van kolom 2, dan regel 2 van kolom 1 en tenslotte regel 2 van kolom 2.  Dat dit zeer hinderlijk is, lijdt geen twijfel. Duurdere programma’s beschikken over de mogelijkheid om de leesvolgorde vast te leggen. Hierdoor wordt bijvoorbeeld eerst kolom 1 gelezen en pas daarna kolom 2. Het is verder handig als de hoofdtekst eerst wordt gelezen en pas daarna de tekst in kaders. Ook hier kan het aanpassen van de leesvolgorde een rol spelen.

Schakelen tussen talen

In lesboeken voor de vreemde talen worden altijd Nederlands en de te leren taal door elkaar gebruikt. Meestal kiest de gebruiker van een voorleesprogramma de taal die geleerd wordt: Nederlandse teksten worden met een Engels, Frans of Duits accent uitgesproken, waardoor deze vaak niet meer te begrijpen zijn. Momenteel zijn twee programma’s in staat om automatisch te schakelen tussen talen: Kurzweil 3000 en Alinea. In andere programma’s, zoals Sprint Plus, kan de gebruiker aangeven welke tekstdelen in taal a en welke delen in taal b uitgesproken moeten worden. Dit is bewerkelijk. Docenten die een tweetalig proefwerk daadwerkelijk tweetalig willen laten voorlezen, kunnen het door hen aangepaste proefwerk opslaan, zodat het in het vervolg correct wordt voorgelezen.

Overslaan van onnodige teksten

Het voorlezen van kop- of voetregels en pagina-nummers is overbodig. Dit leidt af van de te lezen teksten. Programma’s zoals, Kurzweil en Sprint beschikken over de mogelijkheid om deze teksten over te slaan. Het voorlezen van van teksten die onder illustraties staan, is vooral van belang als de illustratie zelf wordt bekeken. Het leidt af als de tekst wordt voorgelezen terwijl de hoofdtekst wordt voorgelezen. Duurdere software is in staat om deze tekst over te slaan, maar ook om de tekst alleen voor te lezen als erop geklikt wordt (Kurzweil 3000, Sprint).

Vergrendelen van internet, andere bestanden en woordenboeken

Als voorleesprogramma’s ingezet worden bij toetsen, tentamens of examens, moet uiteraard alleen getoetst worden wat de leerling zelf weet. Het opzoeken van het antwoord op internet, of in een woordenboek kan een ‘eerlijk’ antwoord in de weg staan. Bij Kurzweil 3000 en Sprint is het mogelijk de woordenboeken te blokkeren. Kurzweil 3000 zal het gebruik van internet niet blokkeren, maar de docent kan wel een logboek inzien, zodat hij vrij snel zicht heeft op het gebruik van andere bestanden en internet. Als de leerling/student dit voorafgaand aan een toets weet, is hij gewaarschuwd hier geen gebruik van te maken. Het handigst is uiteraard om de leerling te laten werken op computers van school, die relatief ‘kaal’ zijn.

Een gouden standaard 2 – randvoorwaarden

In één van de vorige berichten beschreef ik aan welke ‘eisen’ een ideaal voorleesprogramma zou moeten voldoen ongeacht de beschikbare programma’s. In dit bericht wil ik dieper ingaan op de zaken rondom de functionaliteit van deze programma’s. Deze bepalen vaak in even sterke mate, vaak zelfs sterker (!), welk programma de gebruiker uiteindelijk kiest. Het advies is: lees deze randvoorwaarden en bepaal zelf hoe belangrijk ze zijn op de eigen onderwijsinstelling of in de individuele situatie.

Kosten van het programma moeten beheersbaar zijn

Deze zijn voor veel mensen doorslaggevend! De kosten hangen vaak samen met de mogelijkheden van de voorleesprogramma’s: hoe uitvoeriger de mogelijkheden, hoe hoger de kosten. Echter: het is niet altijd nodig om over alle mogelijkheden van een programma  te beschikken. De leeftijd van de doelgroep (kinderen, adolescenten, volwassenen) en de eisen die aan lezen en schrijven gesteld worden (vergelijk een basisschool- met een vwo-leerling, of een middelbare scholier met een volwassene die in zijn werk weinig moet lezen) en de kenmerken van de lees/spellingproblemen (bv. lichte/ernstige leesproblemen, lichte/ernstige spellingproblemen) zijn belangrijke criteria die vóór aanschaf bekeken moeten worden. Voor scholen is het belangrijk na te gaan hoeveel leerlingen dyslexie hebben en wat de kosten per leerling bedragen als men overgaat tot aanschaf van een groepslicentie: hoe meer leerlingen/studenten gebruik maken van het programma, hoe betaalbaarder een programma immers wordt. Al deze overwegingen kunnen leiden tot besluiten in twee richtingen: aanschaffen van een duurder of juist goedkoper programma. Hieronder vier voorbeelden:

Situatie Overweging
Basisschoolleerling die flinke spellingproblemen heeft. Technisch lezen is wel trager, maar met extra tijd verloopt begrijpend lezen goed. In dit geval is een programma dat goede en toegankelijke ondersteuning biedt bij spelling belangrijk. Momenteel biedt Sprint(Plus) de beste mogelijkheden.
Als de dyslecticus gemakkelijker leesboeken wil lezen, zijn daisyboeken een prima optie: deze klinken natuurlijk. Is het spellingprobleem zeer groot, dan moet bekeken worden of op termijn Dragon NaturallySpeaking ingezet kan worden: bij jonge kinderen is spraakherkenning nog te lastig. Bovendien is het formuleren van goede zinnen lastig.
HBO-student, die veel en lange teksten moet lezen in Nederlands en Engels. Hij moet o.a. reflectie- en stageverslagen schrijven. HBO-studenten zullen vaak teksten moeten lezen die niet gescand zijn. Een ingebouwde scanfunctie is handig. Veel studenten moeten meerdere talen lezen. Studiehulpen in de vorm van vertaalwoordenboeken en samenvatfunctie zijn belangrijk. Aan het schrijven van teksten worden hoge eisen gesteld. Aanpassing van woordenlijst voor eigen vak moet mogelijk zijn. In dit geval biedt Kurzweil 3000 uitstekende ondersteuning.
Volwassene die in horeca werkt. Ze wil graag boeken lezen en deelnemen aan social media, zoals facebook. Als iemand graag leesboeken leest, is het van belang dat mensenstemmen de tekst voorlezen. Hier biedt daisy uitstekende mogelijkheden. Omdat social media in een telefoon-/tablet- of computeromgeving draaien, is de spellingondersteuning van online voorleesprogramma’s handig. Denk aan TextAid of IntoWords. Deze programma’s zijn overigens ook in staat om gescande teksten voor te lezen in de eigen taal.
Een schoolbestuur besluit één programma aan te schaffen voor alle scholen binnen het bestuur. Het heeft 150 licenties nodig. Schoolbesturen besluiten -gelukkig- steeds vaker dat zij verantwoordelijk zijn voor het (kosteloos) aanbieden van ICT-middelen voor leerlingen/studenten met een lees/schrijfbeperking. Ze hebben hiervoor een bepaald budget. Afgaan op de prijs is soms noodzakelijk en verleidelijk, maar niet altijd verstandig. Wat is de zin van een hulpmiddel als de gebruikers afhaken omdat het niet de ondersteuning biedt die ze nodig hebben?

Gebruiksgemak van het programma moet groot zijn

De beschikbare voorleesprogramma’s bieden grofweg gezien allemaal ondersteuning bij lezen en schrijven. Wat betreft de ondersteuning bij het studeren (woordenboeken, mindmapmogelijkheden, samenvatten, schrijfformats) zijn er grote verschillen. Ook de manier waarop het programma zich presenteert aan de gebruiker verschilt. Kurzweil 3000 en Sprint(Plus) hebben bijvoorbeeld een eigen ‘schil’ waarin teksten worden voorgelezen en geschreven. ClaroRead en L2S beschikken over een zwevend venster dat bovenop bestaande programma’s, zoals Word en Powerpoint, wordt gebruikt. Waar de programma’s onderling in verschillen is ook de manier waarop de mogelijkheden aan de gebruiker worden gepresenteerd. Het ene programma biedt zeer veel knoppen aan; het andere programma biedt alleen de belangrijkste knoppen aan, en weer een ander programma heeft de mogelijkheid zelf te bepalen welke bedieningsknoppen wel en niet in beeld zijn. Het is begrijpelijk dat een uitvoerig programma als Kurzweil 3000 veel knoppen en instellingsmogelijkheden heeft en een eenvoudiger programma als L2S minder knoppen heeft. Het gebruiksgemak hangt niet alleen af van de mogelijkheden van het programma en de manier waarop de mogelijkheden gepresenteerd worden (wel of niet verborgen in een submenu), maar ook van de gebruiker zelf. Een eenduidig advies geven is lastig. Het uitproberen van demoversies is daarom zinvol! We geven weer enkele voorbeelden die met gebruiksgemak samenhangen:

Situatie Overweging
Jonge leerling met adhd, die snel afgeleid is door een scherm met veel instelmogelijkheden. Deze leerling ziet allerlei knoppen die kunnen leiden tot afleiding van de taak waarmee hij bezig moet zijn. Het is handig als alleen de belangrijkste knoppen zichtbaar zijn. Bij bv. Sprint(Plus), maar ook bij L2S en ClaroRead is het aantal zichtbare knoppen beperkt. Verdere instellingen zitten in sub-menu’s. Bij Kurzweil 3000 kunnen de knoppenbalken aangepast en ongebruikte knoppenbalken zelfs onzichtbaar gemaakt worden.
Volwassene die goed met computers kan omgaan en behoefte heeft aan veel ondersteuning bij lezen en schrijven. Deze persoon wil teksten kunnen scannen, gemakkelijk woordbetekenissen opzoeken, meerdere talen laten voorlezen, woorden vertalen etc. In dit geval kan het programma Kurzweil 3000 goede ondersteuning bieden. Dat wil niet zeggen dat de andere programma’s niet bruikbaar zijn! Juist het feit dat de gebruiker het voorleesprogramma gebruikt in een Office-omgeving, is een pro om ClaroRead en L2S te gebruiken.
Speciale basisschool waar veel kinderen met speciale onderwijsbehoeften verblijven. Als op deze school veel eisen gesteld worden aan zelfstandig lezen en schrijven, dan is het verstandig een programma te kiezen dat overzichtelijk is en goede ondersteuning biedt bij ernstige lees/spellingproblemen. Momenteel is Sprint(Plus) in mijn ogen het meest geschikte programma vanwege het gebruiksgemak, maar ook de kindvriendelijke en uitvoerige ondersteuning (zeer goede homofonenfunctie, voorspelfunctie en spellingcontrole) bij het schrijven van teksten. Andere programma’s bieden op dit vlak minder mogelijkheden.

De installatie moet gemakkelijk zijn en de helpdesk toegankelijk en adequaat

Op dit moment zijn er -voor zover bekend- geen programma’s die niet goed geïnstalleerd worden. Het is belangrijk bij de leverancier na te gaan in hoeverre de hardware past bij de configuratie van de computer: spraaksoftware werkt namelijk beter op computers met voldoende geheugen en rekencapaciteit. In zijn algemeenheid lukt het installeren van Kurzweil 3000, Sprint, ClaroRead en L2S goed. Voor het installeren van netwerkversies is extra kennis nodig, waar niet iedereen over beschikt. De apps Daisylezer en LEX installeren gemakkelijk. Het aan de gang krijgen van TextAid en IntoWords is iets omslachtiger, maar als ze eenmaal werken, zijn er geen problemen. Als er problemen met de installatie bestaan, worden deze vrij goed opgelost door de leveranciers. Op dit vlak bieden Lexima (Kurzweil 3000 en Sprint(Plus) en Woordhelder (ClaroRead en TextAid) momenteel de beste ondersteuning, omdat de helpdesk niet alleen verstand heeft van het programma zelf, maar ook van technische zaken (die een goede werking in de weg kunnen staan).

Ondersteuning van de gebruikers (óók onderwijsinstellingen) moet volledig en duidelijk zijn

Met alleen het aanschaffen van een softwarepakket wordt de gebruiker onvoldoende geholpen. Vrijwel steeds bestaat ondersteuning in de vorm van een korte en uitgebreide handleiding. De kwaliteit van de handleiding kan het best worden beoordeeld door deze op te vragen bij de leverancier van het programma. Men kan dan zelf bepalen of deze voldoende helder en uitgebreid is. Alle programma’s beschikken over een ingebouwde helpfunctie. Het zoeken naar de juiste hulp moet gemakkelijk zijn door bijvoorbeeld trefwoorden in te voeren. Kurzweil biedt binnen het programma ondersteuning door middel van demonstratiefilmpjes. Dat voorbeeld zou door méér aanbieders gevolgd moeten worden. Alle leveranciers bieden de mogelijkheid een cursus te volgen, die -bij voldoende gebruikers- op locatie kan plaatsvinden. Zowel Lexima, Woordhelder als Visiria (L2S) bieden deze cursussen aan.

Onderwijsinstellingen zitten nog steeds met de vraag hoe ze technische hulpmiddelen goed implementeren. Het komt helaas nog te vaak voor dat scholen enthousiast beginnen met de aanschaf van hulpmiddelen, en na een tijdje afhaken. De leerlingen krijgen weinig ondersteuning en de lesmaterialen worden niet goed beschikbaar gesteld. Het gevolg is dat ICT-middelen een kwijnend bestaan leiden. Omdat de leveranciers van ICT-middelen baat hebben een goede implementatie, bieden ze vaak extra training en begeleiding aan. Op dat vlak biedt Lexima de meeste mogelijkheden.

Tenslotte

Mist u belangrijke criteria náást de gebruiksmogelijkheden (zie Gouden standaard 1) en hierboven beschreven randvoorwaarden, neem dan gerust contact op, zodat we beter kunnen bepalen welke hulpmiddelen in individuele gevallen de voorkeur verdienen.