Welkom in wereld van ICT-middelen voor dyslectici

Enkele jaren geleden verscheen de publicatie Technische Maatjes bij Dyslexie. Deze is ruim verspreid op scholen in Nederland. Sinds die tijd is het wat stil geworden. Intussen hebben de ontwikkelingen rondom ICT-middelen niet stilgestaan. Sommige hulpmiddelen zijn verdwenen, omdat ze onvoldoende hulp boden. Andere hulpmiddelen zijn erbij gekomen. De meeste computerprogramma’s van het eerste uur hebben flinke updates gekregen, waardoor ze beter aansluiten bij de behoeften van de gebruikers.

Een grote verandering van de afgelopen jaren is de opkomst van apps voor smartphones en tablets. Zeven jaar geleden waren deze nauwelijks beschikbaar. Ook sterk veranderd is het ‘gebeuren’ rondom Daisyboeken. Waar ze enkele jaren geleden nog uitsluitend aangeboden werden op CD-roms, zijn ze nu vooral beschikbaar in de vorm van downloads of streams. Was men enkele jaren geleden aangewezen op daisyspelers en een windows-programma als Amis, tegenwoordig kunnen daisyboeken op vrijwel elke smartphone en tablet beluisterd worden.

Wat in mijn ervaring als dyslexiebehandelaar nog onvoldoende is veranderd, is de inzet van deze hulpmiddelen binnen het onderwijs. Veel scholen geven weliswaar aan dat ze deze hulpmiddelen aanbieden; in de praktijk blijkt dit vaak tegen te vallen. Digitale boeken worden door scholen vaak wel beschikbaar gesteld; het ontbreekt aan ondersteuning van de leerlingen bij het gebruik ervan. Het gevolg is dat veel leerlingen en ouders vroegtijdig afhaken. Ze proberen het dan zonder hulpmiddelen te redden. Een gemiste kans!

U bevindt zich nu op de blog-pagina, waar steeds de nieuwste berichten bovenaan staan. Met behulp van de menubalk kunt u naar de pagina’s gaan die een vastere inhoud hebben. Heeft u een vraag die niet beantwoord wordt, kijk dan op de pagina Advies en training. Ik wens u succes met het zoeken en vinden van de informatie die u nodig heeft.

Stimuleringsprogramma Aanpak Dyslexie

Het Stimuleringsprogramma Aanpak Dyslexie loopt sinds enig tijd en het heeft tot doel de begeleiding van dyslectische leerlingen binnen het primair en voortgezet onderwijs te verbeteren. Het programma richt zich niet alleen op de behandelaren, maar ook op ouders, docenten, gemeenten, samenwerkingsverbanden en schoolbesturen. 

Binnen het project is o.m. aandacht voor compenserende hulpmiddelen; dyslexie verdwijnt immers niet. Ook ná en tijdens behandeling kan het nodig zijn om technische hulpmiddelen in te zetten. Omdat hulpmiddelen nog steeds niet breed ingezet worden, is de taakstelling om kennis over deze hulpmiddelen en richtlijnen voor de implementatie te verbeteren, zodat de toepassing ervan verbetert. 

Samen met medewerkers van het project COM (hogeschool Zuyd) en het Expertisecentrum Nederlands werken we aan het toegankelijk maken van de kennis over deze hulpmiddelen en het ontwikkelen van een methodiek om de implementatie ervan te verbeteren.

Ten aanzien van de hulpmiddelen zijn we bezig een hulpmiddel te ontwikkelen waardoor de keuze ervan vergemakkelijkt. Verder komt er een beschrijving van alle professionele hulpmiddelen, volgens een bepaald stramien, waardoor ze beter vergeleken kunnen worden. Wat nu al duidelijk is, is dat het kiezen van een juist hulpmiddel niet met enkele vragen te realiseren is. Het blijft maatwerk.

Ontwikkelde producten zullen op de website dyslexiecentraal.nl terecht komen. De verwachting is dat deze website op den duur overbodig wordt en dat alle relevante informatie dáár te vinden zal zijn. 

Dyslexieconferentie 2018

Woensdag 21 maart vindt de jaarlijkse dyslexieconferentie plaats in Ede, met het thema Lezen Leren Kansen Creëren.

‘Goed onderwijs brengt het beste in mensen naar boven, voorkomt en verkleint achterstanden en helpt talenten zich optimaal te ontwikkelen.’

Met dit citaat uit het regeerakkoord slaat de nieuwe regering de spijker op zijn kop. De basis begint altijd bij goed onderwijs, ook voor leerlingen met taalproblemen of dyslexie. Met alleen goed leesonderwijs zijn we er niet, de daarop aansluitende preventieve en curatieve interventies zijn onmisbaar om talent maximaal te stimuleren en frustraties te voorkomen als lezen en leren haperen.

Meer dan 30 sprekers bespreken op woensdag 21 maart 2018 nieuwe wetenschappelijke inzichten, inhoudelijke adviezen en praktische handvatten. Actuele onderzoeksresultaten, nieuwe inzichten en ervaringen maken dat het zorglandschap rondom leesproblemen en dyslexie blijft veranderen en verbeteren.

Het volledige zorgcontinuüm krijgt maximaal aandacht op de Nationale Dyslexie Conferentie 2018. Van goed leesonderwijs tot effectieve interventies, van preventieve tot compenserende maatregelen. Met als doel: bestrijding van kansenongelijkheid en stimulering van talent.

Ikzelf lever deze keer ook een bijdrage. Het onderwerp van mijn lezing betreft de implementatie van compenserende software. We gaan kort in op verklaringen van de moeizame implementatie en doen een poging om toegankelijke adviezen te geven tóch aan de slag te gaan met compenserende software. Immers: 45% van de dyslectische leerlingen in het PO heeft nog steeds geen toegang tot software die het functioneel lezen en schrijven ondersteunt. We staan stil bij twee websites die

Stimuleringsprogramma Preventieve & Integrale Aanpak Dyslexie & Hulpmiddelen Onderwijs (een pakkendere naam volgt nog)

Recent heeft OCW een subsidie (voor 4 jaar) verstrekt met als doel scholen beter in staat te stellen om systematisch te kunnen werken aan preventie en het op integrale en effectieve manier aanpakken van laaggeletterdheid, leesproblemen en dyslexie. Dit in samenwerking met ouders, zorgverleners, besturen, samenwerkingsverbanden en beleidsorganen.

De stuurgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van Expertisecentrum Nederlands, NKD, Oudervereniging Balans, SDN, LBRT, LBBO en Netwerk LPO is zich er terdege van bewust dat dit een unieke kans is om daadwerkelijk verbeteringen te verwezenlijken. Zij hebben daarbij de hulp ingeroepen van diverse personen en instanties die zich met dyslexie bezig houden. Begin maart heeft een denktankdag in Amersfoort plaatsgevonden.

Het doel van de dag was elkaar informeren, ontmoeten, sparren, ervaringen uitwisselen teneinde een zo goed mogelijke startpositie te hebben om dit programma in onderlinge samenwerking met succes verder in te vullen en uit te voeren.

Met de ideeën (in én out of the box), adviezen, ervaringen, reacties, bronnen en diverse netwerken, hoopt de stuurgroep verder te komen dan we zouden komen als we nu ‘gewoon’ aan de slag zouden gaan. Ook hoopt de stuurgroep op deze manier meer draagvlak te verkrijgen

Aandacht voor ICT-hulpmiddelen op miniconferentie

Dinsdag 31 oktober vindt de miniconferentie Dyslexie in Transitie plaats op SBO De Blinker in Geleen. De conferentie is gericht op het IB-netwerk van schoolbestuur Kindante. De conferentie ontvangt deelnemende gemeenten, behandelinstituten voor dyslexie en medewerkers van deelnemende scholen. Het accent ligt op het delen van nieuwe ontwikkelingen. De conferentie wordt geopend door dr. Wim Tops, die o.a. inzoomt op de oorzaken van dyslexie. Daarna worden nieuwe ontwikkelingen op het gebied van o.a. ouderbetrokkenheid en ‘blended learning’ besproken door dr. Ria Kleijnen en Marika de Bruijn. Tenslotte vinden workshops plaats waarin ook tijd wordt besteed aan recente ontwikkelingen op het gebied van ICT en dyslexie. Er is aandacht voor www.technischemaatjes.nl, het project COM, nieuwe voorleessoftware (waaronder Alinea en Textaid) en de opkomst van apps voor smartphones/tablets (denk aan LEX, Daisylezer en Dictus).

25.000 kinderen met dyslexie krijgen geen hulpmiddelen op school

Vijfenveertig procent van de circa 55.000 leerlingen met dyslexie in het basisonderwijs werkt op school niet met een hulpmiddel, omdat hun school dit niet ter beschikking stelt. Dit blijkt uit een peiling die Balans onlangs onder 124 ouders van leerlingen met dyslexie hield’ (Balans Magazine).

Als behandelaar binnen een dyslexieteam (Amalexis, Geleen) moet ik helaas bevestigen dat dit beeld heel herkenbaar is. Dat het percentage zó hoog is, verbaast me wel. Ondanks het feit dat technische hulpmiddelen al een hele tijd beschikbaar zijn en steeds betaalbaarder worden, is de inzet beperkt en de kennis over ICT-hulpmiddelen schrikbarend klein. Tijdens ouderavonden voor dyslectische leerlingen blijkt dat veel ouders dán pas geconfronteerd worden met de mogelijkheden die technische hulpmiddelen bieden. De strijd die ouders vaak leveren om de hulpmiddelen binnen de school te krijgen, is tijdsintensief en frustrerend. Met het oormerken van zorggelden zou een deel van dit probleem opgelost kunnen worden. Het argument dat er ‘geen geld voor is’ geldt dan helemaal niet meer.

Om technische hulpmiddelen goed te implementeren is echter méér nodig dan louter het aanschaffen ervan. Een implementatietraject kan ervoor zorgen dat deze hulpmiddelen ook daadwerkelijk ingezet worden, en dyslectische leerlingen ondersteund worden bij functionele lees- en schrijfopdrachten.

Informatie over TextAid is bijgewerkt

Het programma TextAid krijgt een update, waardoor het beter aansluit bij de behoeften van mensen met dyslexie. Er wordt een woordvoorspeller toegevoegd, vooral belangrijk gevonden door jonge dyslectici. Oudere dyslectici hechten juist veel waarde aan een samenvatfunctie. Nadat de belangrijkste zinnen gemarkeerd zijn, kunnen ze uit de tekst worden gelicht. Het is goed nog even naar de pagina’s TextAid en Vergelijking web-based voorleessoftware te kijken voor een volledig overzicht. De informatie over TextAid is nu weer up-to-date.

Een gouden standaard 3 – een ander perspectief

In de vorige berichten (Gouden standaard 1 en 2) hebben we onze aandacht vooral gericht op de mogelijkheden van de programma’s vanuit het perspectief van de  primaire gebruikers, de personen met dyslexie. We hebben eerst de functies van de  beschikbare voorleesprogramma’s bekeken (gouden standaard 1), daarna kenmerken van deze programma’s buiten de lees/schrijf/studieondersteuning, zoals gebruiksgemak, gebruiksondersteuning en kosten (gouden standaard 2). In onze derde bijdrage willen we vooral aandacht besteden aan de mate waarin secundaire gebruikers (bv. leerkrachten) in staat zijn om het programma aan te passen. Deze functies zien we het uitvoerigst terug bij de duurdere programma’s, zoals Kurzweil 3000 en Sprint Plus.

Aanpassen van de uitspraak van woorden

Het komt regelmatig voor dat voorleessoftware woorden verkeerd uitspreekt. Dat is bijvoorbeeld het geval als minder frequente Engelse woorden in een Nederlandse tekst worden gebruikt, of als de klemtoon niet direct uit de opbouw van het woord kan worden afgeleid. Kinderen met dyslexie vinden het meestal niet zo erg als enkele woorden verkeerd worden uitgesproken: ‘een computer is geen mens en hij maakt daarom af en toe een fout’. Wanneer die fout vaak voorkomt in een tekst, of wanneer veel woorden fout worden uitgesproken, is dat wel hinderlijk. Dat is bijvoorbeeld het geval bij teksten in studieboeken voor biologie. Als een school besluit een proefwerk via Kurzweil aan te bieden is het eveneens van belang dat de aandacht gericht is op het proefwerk en niet op een verkeerde uitspraak van woorden, met als mogelijk gevolg dat een vraag niet goed begrepen wordt. Het programma moet in staat zijn om de uitspraak van individuele woorden aan te passen. Bij vrijwel alle programma’s is dat tegenwoordig het geval. Het moet verder in staat zijn om het aangepaste woord in de rest van de tekst en in nieuwe teksten goed uit te spreken.

Aanpassen van de leesvolgorde

Veel schoolboeken hebben een opmaak die bestaat uit twee of meer kolommen. Als de afstand tussen de kolommen gering is, bestaat de kans dat het voorleesprogramma heen en weer springt tussen de kolommen. Het programma leest bijvoorbeeld regel 1 van kolom 1, vervolgens regel 1 van kolom 2, dan regel 2 van kolom 1 en tenslotte regel 2 van kolom 2.  Dat dit zeer hinderlijk is, lijdt geen twijfel. Duurdere programma’s beschikken over de mogelijkheid om de leesvolgorde vast te leggen. Hierdoor wordt bijvoorbeeld eerst kolom 1 gelezen en pas daarna kolom 2. Het is verder handig als de hoofdtekst eerst wordt gelezen en pas daarna de tekst in kaders. Ook hier kan het aanpassen van de leesvolgorde een rol spelen.

Schakelen tussen talen

In lesboeken voor de vreemde talen worden altijd Nederlands en de te leren taal door elkaar gebruikt. Meestal kiest de gebruiker van een voorleesprogramma de taal die geleerd wordt: Nederlandse teksten worden met een Engels, Frans of Duits accent uitgesproken, waardoor deze vaak niet meer te begrijpen zijn. Momenteel zijn twee programma’s in staat om automatisch te schakelen tussen talen: Kurzweil 3000 en Alinea. In andere programma’s, zoals Sprint Plus, kan de gebruiker aangeven welke tekstdelen in taal a en welke delen in taal b uitgesproken moeten worden. Dit is bewerkelijk. Docenten die een tweetalig proefwerk daadwerkelijk tweetalig willen laten voorlezen, kunnen het door hen aangepaste proefwerk opslaan, zodat het in het vervolg correct wordt voorgelezen.

Overslaan van onnodige teksten

Het voorlezen van kop- of voetregels en pagina-nummers is overbodig. Dit leidt af van de te lezen teksten. Programma’s zoals, Kurzweil en Sprint beschikken over de mogelijkheid om deze teksten over te slaan. Het voorlezen van van teksten die onder illustraties staan, is vooral van belang als de illustratie zelf wordt bekeken. Het leidt af als de tekst wordt voorgelezen terwijl de hoofdtekst wordt voorgelezen. Duurdere software is in staat om deze tekst over te slaan, maar ook om de tekst alleen voor te lezen als erop geklikt wordt (Kurzweil 3000, Sprint).

Vergrendelen van internet, andere bestanden en woordenboeken

Als voorleesprogramma’s ingezet worden bij toetsen, tentamens of examens, moet uiteraard alleen getoetst worden wat de leerling zelf weet. Het opzoeken van het antwoord op internet, of in een woordenboek kan een ‘eerlijk’ antwoord in de weg staan. Bij Kurzweil 3000 en Sprint is het mogelijk de woordenboeken te blokkeren. Kurzweil 3000 zal het gebruik van internet niet blokkeren, maar de docent kan wel een logboek inzien, zodat hij vrij snel zicht heeft op het gebruik van andere bestanden en internet. Als de leerling/student dit voorafgaand aan een toets weet, is hij gewaarschuwd hier geen gebruik van te maken. Het handigst is uiteraard om de leerling te laten werken op computers van school, die relatief ‘kaal’ zijn.